De Nederlandse Zorg Is Geen Zorg Meer — Het Is Een Verdienmodel Met Wachtlijsten

Grafiek van stijgende zorgpremies en wachtlijsten in de Nederlandse GGZ in 2026.

Je betaalt de hoogste premie ooit en eigen bijdrage. Je staat op de langste wachtlijst ooit. En de overheid wil dat je volgend jaar nóg meer betaalt. Welkom in het Nederlands zorgstelsel.

 

Stel je het volgende voor.

Je bent vader of moeder. Je kind zit niet lekker in zijn vel. Het begon met somberheid. Toen slapeloosheid. Toen zelfbeschadiging. De huisarts zegt: “We verwijzen door naar de GGZ.” Je denkt: goed, hulp is onderweg.

Dan begint het wachten.

Vier weken. Acht weken. Veertien weken. Vierentwintig weken. Een half jaar. Je kind wordt niet beter. Je kind wordt erger. En jij staat machteloos toe te kijken hoe het zorgstelsel — waarvoor jij elke maand €159 betaalt — zegt: we komen er niet aan toe.

Dit is geen hypothetisch scenario. Dit is de realiteit voor meer dan honderdduizend mensen in Nederland. Vandaag. Nu. Terwijl jij dit leest.

En het wordt erger.


€159 Per Maand. Waarvoor Eigenlijk?

Laten we beginnen bij het geld. Want in Nederland begint alles bij geld.

De gemiddelde zorgpremie in 2026 bedraagt €159,30 per maand. Dat is €1.908 per jaar. Per persoon. Een gezin met twee volwassenen betaalt dus minimaal €3.816 per jaar alleen aan basisverzekering. Tel daar het verplichte eigen risico van €385 per persoon bij op — €770 voor twee volwassenen — en je zit op €4.586 per jaar. Zonder dat je één extra behandeling hebt gekregen.

En de aanvullende verzekering dan? Die betaal je apart. De tandarts? Apart. De fysiotherapeut na je twaalfde behandeling? Apart.

Je betaalt dus bijna vijfduizend euro per jaar aan een systeem dat belooft voor je te zorgen. En wat krijg je daarvoor terug?

Een wachtlijst.

De totale zorguitgaven in Nederland bedragen inmiddels €114,1 miljard voor 2026 — bijna €5 miljard meer dan vorig jaar. Het CBS meldde dat in 2024 de uitgaven aan gezondheidszorg met 8,1% stegen naar €113,5 miljard. De breedste definitie — inclusief welzijnszorg en kinderopvang — komt zelfs uit op €155 miljard, 13,8% van het bruto binnenlands product.

Lees die cijfers nog eens. Honderdveertien miljard euro. Per jaar. Meer dan het defensiebudget, het onderwijsbudget en het justitiebudget samen.

En toch staan er 101.134 mensen op een wachtlijst voor geestelijke gezondheidszorg. Toch is zelfdoding de nummer één doodsoorzaak onder jongeren onder de dertig. Toch wachten mensen met persoonlijkheidsstoornissen gemiddeld 32 weken op een intake.

Waar gaat dat geld naartoe?


De GGZ: Een Noodkreet Die Niemand Hoort

De cijfers zijn vernietigend. En ik gebruik dat woord bewust, want het gaat hier letterlijk om mensenlevens.

In oktober 2025 liepen mensen 101.134 keer tegen een wachtlijst in de GGZ op. Dat is geen typfout. Meer dan honderdduizend keer. Van hen wachten 65.091 mensen langer dan de maximaal afgesproken wachttijd van veertien weken. De gemiddelde wachttijd is inmiddels 24 weken — een half jaar. In 2024 was dat nog 21 weken. Het wordt dus niet beter. Het wordt erger.

En het ergste: de mensen die het hardst hulp nodig hebben, wachten het langst. Mensen met persoonlijkheidsstoornissen wachten gemiddeld 32 weken. Acht maanden. Mensen met complexe PTSS, met suïcidale gedachten, met ernstige angststoornissen — zij staan achteraan in een rij die elk jaar langer wordt.

Weet je wat er ondertussen met die mensen gebeurt? Ze worden zieker. De depressie wordt chronisch. De angst escaleert. De suïcidale gedachten worden plannen. En sommigen — te veel — handelen naar die plannen.

Zelfdoding is de meest voorkomende doodsoorzaak bij jongeren onder de dertig in Nederland. Niet kanker. Niet een ongeluk. Zelfdoding. En terwijl die cijfers op tafel liggen, besluit de Nederlandse Zorgautoriteit — de toezichthouder die verondersteld wordt toezicht te houden — om te stoppen met haar jaarlijkse rapportage over GGZ-wachtlijsten.

Laat dat even bezinken.

De waakhond stopt met meten. Niet omdat het probleem is opgelost. Maar omdat het dashboard verandert. Omdat de meetmethode wijzigt. Omdat de cijfers van voor en na 1 januari 2026 “niet meer vergelijkbaar” zijn.

Handig. Als je het probleem niet meer meet, bestaat het niet meer. Tenminste, niet in de rapportages.

MIND, de belangenorganisatie voor mensen met psychische klachten, is begin 2026 de petitie ‘Weg met de wachtlijsten in de GGZ’ gestart. Inmiddels hebben 29.000 mensen getekend. Negenentwintigduizend mensen die zeggen: dit is onacceptabel.

De politiek hoort het. De politiek knikt. De politiek doet niets.


Wachten Tot Je Erbij Neervalt — Letterlijk

Laten we het concreet maken. Want cijfers zijn abstract. Mensen niet.

Je bent achttien. Je hebt je eindexamen net gehaald, maar de afgelopen twee jaar waren een hel. Paniekaanvallen voor elke toets. Slapeloze nachten. Het gevoel dat je er niet toe doet. Je huisarts verwijst je door. De GGZ zegt: we kunnen je over veertien weken zien voor een intakegesprek.

Veertien weken. Dat is geen behandeling. Dat is een intakegesprek. Daarna ga je op een nieuwe wachtlijst. Voor de daadwerkelijke behandeling. Nog eens tien weken. Als je geluk hebt.

In die tussentijd krijg je niets. Geen hulp. Geen begeleiding. Geen check-in. Je wordt geacht te wachten. Stil. Geduldig. Terwijl je hoofd schreeuwt.

En als je het niet meer volhoudt? Dan bel je 113. Als je het nummer nog weet. Als je nog de energie hebt om te bellen. Als je nog gelooft dat iemand luistert.

Dit is geen overdrijving. Dit is de realiteit van tienduizenden Nederlanders. En het raakt niet alleen jongeren. Het raakt ouderen die na het verlies van een partner wegkwijnen in eenzaamheid. Het raakt werknemers die na een burnout maandenlang wachten op psychologische hulp. Het raakt gezinnen die uit elkaar vallen omdat de spanning onhoudbaar wordt.

Stressgerelateerde klachten zijn inmiddels de hoofdoorzaak voor langdurig ziekteverzuim op het werk. De kosten daarvan? Miljarden. Elk jaar opnieuw. Maar we investeren liever in een nieuw dashboard dan in daadwerkelijke behandelplekken.


De Administratiemachine Die Zorgverleners Vermorzelt

Wil je weten waar je zorgpremie naartoe gaat? Niet naar de verpleegkundige die je hand vasthoudt na een operatie. Niet naar de psychiater die eindelijk naar je luistert. Het gaat naar formulieren. Checklists. Verantwoordingssystemen. Rapportages. En de managers die die systemen beheren.

Artsen besteden gemiddeld 40% van hun werkweek aan administratie. Vier op de tien werkuren gaan niet naar patiëntenzorg, maar naar het invullen van formulieren die niemand leest. Het meest recente onderzoek van Berenschot — bijna 2.000 respondenten — concludeert dat zorgprofessionals in de langdurige zorg inmiddels 34% van hun werktijd besteden aan administratie. Verpleegkundigen en verzorgenden komen uit op 30 tot 40%.

De IZA-partijen willen dit halveren naar 20% vóór 2030. Dat is een mooi streven. Het is ook een streven dat al járen bestaat. En de resultaten? Nul. De administratielast is niet gedaald. De administratielast is gestegen.

Toenmalig minister Agema zei het in november 2024 zonder omhaal: als de administratielast niet binnen zes jaar wordt gehalveerd, “klapt onze zorg in elkaar.” Haar woorden, niet de mijne. De minister van Volksgezondheid zelf die zegt dat het zorgsysteem op instorten staat.

En wat heeft de politiek sindsdien gedaan? Een nieuw akkoord getekend. Het AZWA. Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Weer een akkoord. Weer een naam. Weer een budget. Weer nul resultaat voor de verpleegkundige die om drie uur ’s nachts nog formulieren zit in te vullen.

Acht op de tien zorgprofessionals ervaart de administratie als belastend. Maar de werkelijke tragedie zit dieper: zorgverleners zijn de administratiedruk normaal gaan vinden. In 2015 vonden ze dat maximaal 15% acceptabel was. In 2025 is die grens verschoven naar 23%. Ze hebben zich aangepast aan een gebroken systeem. Ze zijn gestopt met klagen. Niet omdat het beter is geworden, maar omdat niemand luistert.

En ondertussen verlaten ze de zorg. In drommen. Want wie kiest er vrijwillig voor een beroep waar je meer tijd besteedt aan het invullen van een formulier dan aan het troosten van een patiënt?


Marktwerking in de Zorg: Het Experiment Dat Nooit Werkte

In 2006 werd de marktwerking in de Nederlandse zorg ingevoerd. Het idee was simpel en elegant, zoals economen dat graag zien: concurrentie tussen zorgverzekeraars zou leiden tot lagere prijzen en betere kwaliteit. De consument zou “kiezen” en de markt zou “corrigeren.”

Twintig jaar later kunnen we de balans opmaken. En die balans is vernietigend.

De zorgpremie stijgt elk jaar. De wachtlijsten groeien. De administratielast explodeert. De ongelijkheid neemt toe. En de “keuze” van de consument? Die komt neer op het vergelijken van tientallen polissen die allemaal hetzelfde basispakket bieden, maar net genoeg verschillen in kleine lettertjes om je in verwarring te brengen.

Marktwerking functioneert wanneer consumenten kunnen kiezen, wanneer ze niet-essentiële producten kopen, en wanneer aanbieders kunnen concurreren op prijs en kwaliteit. In de zorg is geen van deze voorwaarden aanwezig.

Je kiest niet voor een hartoperatie. Je kiest niet voor kankerbehandeling. Je kiest niet voor GGZ als je suïcidaal bent. Je hebt het nodig. Het is geen product. Het is een mensenrecht.

En toch behandelen we het als een markt. Zorgverzekeraars onderhandelen met ziekenhuizen over prijzen. Ziekenhuizen sluiten afdelingen die niet rendabel zijn. GGZ-aanbieders selecteren patiënten op zwaarte — want lichte klachten zijn goedkoper om te behandelen en leveren dezelfde vergoeding op. De complexe patiënt — degene die de meeste hulp nodig heeft — wordt doorgeschoven, afgewimpeld, of op een wachtlijst gezet die geen einde kent.

Het MIND-platform vatte het treffend samen: zorg is geen verdienmodel. En toch is dat precies wat het is geworden.

De ironie is schrijnend. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Mentale gezondheid en GGZ uit 2025 concludeert dat het huidige stelsel tekortschiet voor mensen met ernstige en complexe psychische problematiek. Het advies? Een fundamentele hervorming. Een staatscommissie die moet onderzoeken welke stelselwijziging het beste werkt.

Nog een commissie. Nog een onderzoek. Terwijl 101.134 mensen wachten.


Big Pharma: De Stille Profiteur

Er is een speler in het zorgstelsel waarover opvallend weinig wordt gesproken in het publieke debat. De farmaceutische industrie. De industrie die er het meest bij gebaat is dat je ziek bent — en ziek blijft.

Volgens het CBS maakt de farmaceutische industrie gemiddeld drie keer zoveel winst als andere sectoren. Winstmarges van twintig tot dertig procent zijn normaal. Een grootschalig onderzoek gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association analyseerde 35 grote farmabedrijven over achttien jaar en vond een gemiddelde nettowinstmarge van 13,8% — bijna het dubbele van andere beursgenoteerde bedrijven.

En dat geld? Dat komt niet uit de lucht vallen. Dat betalen wij. Via onze premies. Via onze belastingen. Via onze eigen bijdragen.

De perverse prikkel is simpel en meedogenloos: een genezen patiënt is een verloren klant. Een chronisch zieke patiënt is een terugkerende inkomstenstroom. Er is meer geld te verdienen aan een diabetespatiënt die jarenlang medicijnen slikt dan aan een preventieprogramma dat diabetes voorkomt.

SOMO, het Centre for Research on Multinational Corporations, concludeert dat de afgelopen twintig jaar meer geld is geïnvesteerd in financiële activiteiten — aandeleninkoop, dividenden, fusies — dan in de productie van medicijnen en medicijnonderzoek. Ongeveer 75% van het inkomen van de farmaceutische industrie wordt voor belastingdoeleinden ‘offshore’ opgegeven.

Laat dat bezinken. Driekwart van de winst wordt weggesluisd naar belastingparadijzen. Terwijl jij €385 eigen risico betaalt omdat je insuline nodig hebt.

En er zit 60 geneesmiddelen in de sluis van het Zorginstituut. Medicijnen die in omringende landen al beschikbaar zijn. Medicijnen die levens kunnen redden. Maar die in Nederland niet vergoed worden, omdat de overheid en de fabrikant het niet eens worden over de prijs.

De farmaceutische industrie investeert niet in jouw gezondheid. De farmaceutische industrie investeert in haar aandeelhouders. En jij betaalt de rekening.


Eigen Risico: De Boete Op Ziek Zijn

Alsof de premie niet genoeg is, kent het Nederlandse zorgstelsel ook nog het eigen risico. €385 in 2026. Maar het kabinet-Jetten — de nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA — wil dat in 2027 verhogen naar €460. Een stijging van €75 per persoon. En het CPB verwacht dat het eigen risico in 2030 zelfs naar €520 gaat.

Het eigen risico is een boete op ziek zijn. Zo simpel is het. Je wordt niet ziek omdat je dat wilt. Je wordt ziek omdat het je overkomt. En vervolgens word je gestraft met een rekening van honderden euro’s voordat je verzekering ook maar één cent vergoedt.

Voor chronisch zieken is het eigen risico geen risico — het is een zekerheid. Zij betalen elk jaar het volledige bedrag. Elk jaar opnieuw. Jaar na jaar. Het is een belasting op kwetsbaarheid.

De coalitie zegt: er komt compensatie via gemeenten. €350 miljoen. En vanaf 2028 een maximum van €150 per behandeling.

Klinkt redelijk, toch? Tot je doorrekent. €350 miljoen voor miljoenen chronisch zieken — dat is een schijntje per persoon. En het maximum per behandeling geldt pas in 2028. In 2027 betaal je gewoon de volle €460 in één keer als je naar het ziekenhuis moet.

Het echte doel van het eigen risico is niet kostenbeheersing. Het echte doel is zorgmijding. De overheid wil dat je twee keer nadenkt voordat je naar de dokter gaat. Dat je die knobbel nog even laat zitten. Dat je die pijn nog even door de vingers ziet. Dat je die sombere gedachten nog even wegdrukt.

En de mensen die het zich niet kunnen veroorloven? Die mijden de zorg. Niet omdat ze niet ziek zijn, maar omdat ze het niet kunnen betalen. Zij komen later — zieker, duurder, soms te laat.

Het kabinet dat het eigen risico wilde halveren — het kabinet-Schoof, met de PVV — is gevallen. De Raad van State adviseerde tegen halvering vanwege de kosten. Het nieuwe kabinet verhoogt het. En niemand protesteert.

Want Nederlanders klagen niet. Nederlanders betalen. Stilletjes. Braaf. En als het echt niet meer gaat, gaan ze op een wachtlijst staan.


De Managementlaag: Bureaucratie Als Banenmotor

Er is een groep in de zorg die het uitstekend doet. Geen artsen. Geen verpleegkundigen. Geen therapeuten. Managers.

Terwijl verpleegkundigen de zorg uitvluchten vanwege werkdruk en administratielast, groeit het aantal managementfuncties in de zorg gestaag. Elke reorganisatie, elk nieuw akkoord, elke nieuwe toezichthouder creëert een nieuwe laag management. Coördinatoren. Beleidsmedewerkers. Kwaliteitsadviseurs. Procesregisseurs. Programmamanagers.

En elk van die functies genereert rapportages. Rapportages die door de zorgverleners op de werkvloer moeten worden ingevuld. Rapportages die niemand leest, behalve de manager die ze heeft aangevraagd.

Het is een zelfreferentieel systeem. De manager vraagt om data. De verpleegkundige levert data. De manager maakt een rapport. Het rapport concludeert dat er efficiënter gewerkt moet worden. Er wordt een nieuw project gestart. Met een nieuwe manager. Die nieuwe data nodig heeft.

En ondertussen staat de patiënt te wachten.


Waar Gaat Het Geld Wél Naartoe?

Als de zorg €114 miljard kost maar de wachtlijsten groeien, de administratielast stijgt en zorgverleners de sector verlaten — waar gaat dat geld dan naartoe?

Een deel gaat naar ziekenhuiszorg. Begrijpelijk en noodzakelijk. Een deel gaat naar ouderenzorg — ook noodzakelijk, met de vergrijzing die op ons afkomt. Maar een onverklaarbaar groot deel gaat naar overhead. Naar ICT-systemen die niet met elkaar communiceren. Naar consultants die het systeem onderzoeken. Naar akkoorden die het systeem moeten verbeteren. Naar toezichthouders die toezicht houden op de toezichthouders.

De uitgaven aan jeugdzorg, opvang en overige welzijn stegen in 2024 het hardst — van €23,6 miljard naar €27,1 miljard, een stijging van bijna 15%. Dit komt onder andere door hogere kosten voor asielzoekersopvang. Ja, je leest het goed. Een significant deel van de stijging van de zorguitgaven gaat naar asielzoekersopvang.

En er is meer. De overheid investeert miljarden in klimaatbeleid. Miljarden in stikstofbeleid. Miljarden in defensie — de ‘vrijheidsbijdrage’ van €3,5 miljard uit het coalitieakkoord. Maar de GGZ? Die moet het doen met wachtlijsten en een petitie.

De keuzes die een overheid maakt, vertellen je alles over haar prioriteiten. En de prioriteit van de Nederlandse overheid is niet jouw gezondheid. De prioriteit is het sluiten van begrotingsgaten. Het scoren van punten in Brussel. Het handhaven van een systeem dat niemand dient behalve zichzelf.


De Zorgverlener: Held Zonder Cape, Zonder Hulp

Laten we even stilstaan bij de mensen die dit systeem overeind houden. Niet de ministers. Niet de bestuurders. Niet de zorgverzekeraars. De verpleegkundigen. De artsen. De psychologen. De verzorgenden.

Zij staan om zes uur op. Zij werken twaalfuursdiensten. Zij houden de hand vast van de stervende. Zij vangen de klappen op van de verwarde patiënt. Zij vullen daarna twee uur formulieren in. En zij gaan naar huis met een salaris dat niet in verhouding staat tot wat ze doen.

En ze vertrekken. In steeds grotere aantallen. Niet omdat ze niet van hun vak houden. Maar omdat het systeem hen kapotmaakt. De werkdruk. De administratie. Het gevoel dat je meer bezig bent met het systeem dan met de patiënt.

Het tekort aan zorgpersoneel loopt op naar een verwacht tekort van 200.000 medewerkers. Tweehonderdduizend. Dat is niet een tekort. Dat is een existentiële crisis. En het antwoord van de overheid? Nog een akkoord. Nog een subsidie. Nog een pilot.

Ik ken mensen in de zorg. Mensen die met passie begonnen. Die wilden helpen. Die ’s nachts thuiskwamen en huilden — niet om de patiënt die ze verloren, maar om het formulier dat ze vergeten waren in te vullen. Omdat het formulier consequenties heeft. Omdat het formulier wordt gecontroleerd. Omdat het formulier belangrijker is geworden dan de patiënt.

Dat is wat we hebben gedaan met onze zorg. We hebben de mens vervangen door het systeem. En we zijn verbaasd dat het systeem geen hart heeft.


De Aanbiederskant: Wie Wél Zorgt, Wordt Gestraft

Er zijn in Nederland zorgaanbieders die het anders doen. Kleinschalig. Persoonlijk. Met echte aandacht voor de mens achter de diagnose. Zorgboerderijen waar mensen met psychische klachten werken met dieren en natuur. Kleine praktijken waar de therapeut je naam kent. Initiatieven waar de zorg draait om de patiënt, niet om het declaratieformulier.

Maar juist die aanbieders worden het hardst geraakt door het systeem. De administratielast is voor een kleine organisatie relatief zwaarder dan voor een groot ziekenhuis. De contractonderhandelingen met zorgverzekeraars zijn ongelijk — de verzekeraar bepaalt, de kleine aanbieder tekent of verdwijnt. De regelgeving is geschreven voor grote instellingen, niet voor de zorgboerderij met tien cliënten.

Het resultaat is een perverse selectie. De grote, efficiënte, bureaucratische instellingen overleven. De kleine, persoonlijke, menselijke initiatieven vechten voor hun bestaan. De zorg wordt groter, onpersoonlijker, efficiënter op papier — en slechter in de praktijk.

Ik heb het van dichtbij gezien. In mijn omgeving zijn zorginitiatieven die met hart en ziel werken met kwetsbare mensen. Die dag en nacht klaarstaan. Die het verschil maken tussen een leven in isolatie en een leven met betekenis. En die elk jaar opnieuw moeten bewijzen — via formulieren, audits, kwaliteitskaders en verantwoordingsrapportages — dat ze doen wat ze doen.

Het systeem wantrouwt de zorgverlener. Het systeem vertrouwt het formulier.


De Verzekering: Betalen Voor Iets Dat Je Niet Krijgt

Het Nederlandse zorgstelsel is gebaseerd op een belofte: je betaalt premie en eigen risico, en in ruil daarvoor krijg je toegang tot zorg wanneer je die nodig hebt.

Die belofte wordt niet nagekomen.

Als je zes maanden moet wachten op GGZ-hulp, dan heb je geen toegang tot zorg. Als je medicijnen in de sluis staan en niet vergoed worden, dan heb je geen toegang tot zorg. Als je eigen risico zo hoog is dat je de dokter mijdt, dan heb je geen toegang tot zorg.

Je betaalt wel. Elke maand. Stipt. Automatisch. Maar je krijgt niet waarvoor je betaalt.

In elke andere sector zou dat fraude heten. Als je een abonnement afsluit bij een sportschool die altijd vol is, krijg je je geld terug. Als je een verzekering afsluit die niet uitbetaalt, stap je naar de rechter.

Maar bij de zorgverzekering accepteren we het. We accepteren dat we €1.908 per jaar betalen voor een basispakket dat steeds meer uitsluit en steeds langer laat wachten. We accepteren dat de verzekeraar winst maakt terwijl de verpleegkundige overuren draait. We accepteren dat er 195.000 Nederlanders zijn met een premie-achterstand — mensen die het simpelweg niet meer kunnen betalen.

En de zorgverzekeraars zelf? Die melden dat hun reserves afnemen. Dat de premie in 2027 verder moet stijgen, naar een verwachte €170 tot €190 per maand. Dat is €2.040 tot €2.280 per jaar. Alleen aan premie. Zonder eigen risico. Zonder aanvullende verzekering.

We praten hier over een gezin dat straks €5.000 tot €6.000 per jaar betaalt aan zorg. In een land waar het modaal inkomen rond de €44.000 bruto ligt. Dat is meer dan 10% van je bruto inkomen. Aan zorg die je misschien niet krijgt wanneer je die nodig hebt.


De Ongemakkelijke Vergelijking

Nederland geeft een steeds groter deel van het nationaal inkomen uit aan zorg. In 2024 steeg het percentage naar 10% van het BBP voor de smalle definitie en 13,8% voor de brede definitie. Dat plaatst ons in de top van Europa.

Maar krijgen we daar betere zorg voor terug dan landen die minder uitgeven?

In landen met een nationaal gezondheidsstelsel — het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, de Scandinavische landen — zijn er ook problemen. Wachtlijsten bestaan overal. Maar er is één fundamenteel verschil: in die landen betaal je niet twee keer. Je betaalt via belasting. Punt. Geen premie. Geen eigen risico. Geen aanvullende verzekering. Geen verplichte herverzekering.

In Nederland betaal je via belasting (de inkomensafhankelijke bijdrage), via premie, via eigen risico, via aanvullende verzekering, en via eigen bijdragen. Je betaalt vijf keer voor hetzelfde systeem. En je krijgt wachtlijsten.

Dat is niet het resultaat van onvermijdelijke krachten. Dat is het resultaat van een politieke keuze. De keuze om zorg te organiseren als markt. De keuze om verzekeraars de regie te geven. De keuze om de patiënt te behandelen als consument.


Preventie: Het Woord Dat Iedereen Gebruikt en Niemand Meent

Elke minister van Volksgezondheid spreekt over preventie. Voorkomen is beter dan genezen. Investeer in de voorkant. Verschuif van zorg naar gezondheid.

Het zijn mooie woorden. En ze zijn volkomen inhoudsloos.

De realiteit is dat het Nederlandse zorgstelsel gebouwd is op behandeling, niet op preventie. Zorgverzekeraars verdienen aan zieke mensen, niet aan gezonde. Farmaceutische bedrijven verdienen aan medicijnen, niet aan leefstijlinterventies. Ziekenhuizen verdienen aan operaties, niet aan voorkomen dat die operaties nodig zijn.

Het geld voor preventie is een fractie van het totale zorgbudget. De €70 miljoen die vanaf 2027 structureel naar medische preventie gaat via het AZWA is — in een systeem van €114 miljard — letterlijk een druppel op een gloeiende plaat. Het is 0,06% van het totale budget.

En ondertussen stijgen de chronische aandoeningen. Diabetes type 2. Obesitas. Hart- en vaatziekten. Psychische klachten. Aandoeningen die in veel gevallen voorkomen hadden kunnen worden met een ander dieet, meer beweging, minder stress, betere mentale ondersteuning.

Maar preventie levert geen declaratie op. Preventie past niet in het DBC-systeem. Preventie is niet sexy voor een zorgverzekeraar die kwartaalcijfers moet presenteren.

Dus blijven we genezen wat we hadden kunnen voorkomen. En betalen we de rekening. Elke maand. €159,30. Met een stijging in het vooruitzicht.


De Toezichthouder Die Stopt Met Toezien

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is de waakhond van het zorgstelsel. De organisatie die moet controleren of verzekeraars hun zorgplicht nakomen. Of wachtlijsten worden aangepakt. Of patiënten tijdig zorg krijgen.

En juist nu — op het moment dat de GGZ-wachtlijsten een recordhoogte bereiken — besluit de NZa om te stoppen met haar jaarlijkse analyse van die wachtlijsten.

Het oude systeem wordt vervangen door een nieuw dashboard. Klinkt modern. Klinkt efficiënt. Maar het betekent ook dat de cijfers van voor en na 2026 niet meer vergelijkbaar zijn. Dat trends niet meer te volgen zijn. Dat het onmogelijk wordt om de overheid verantwoordelijk te houden voor verslechtering.

Dienke Bos, directeur-bestuurder van MIND, zegt het zonder omhaal: juist de NZa heeft als toezichthouder de taak om inzicht te bieden. Zonder een heldere jaarlijkse analyse wordt het lastiger om te sturen op verbetering.

Sturen op verbetering. Alsof er gestuurd wordt. Alsof er iemand aan het stuur zit.

De waarheid is dat er niemand aan het stuur zit. Er is geen regisseur. Er zijn verzekeraars die inkopen. Aanbieders die leveren. Toezichthouders die toezien. Ministers die akkoorden tekenen. En daartussenin de patiënt — die maar moet zien waar hij hulp vindt.


Bijna De Helft Van Alle Volwassenen Krijgt Een Psychische Aandoening

Lees die kop nog eens. Bijna de helft. 48,4% van de volwassenen in Nederland heeft of krijgt in zijn leven een psychische aandoening. Dat is het Trimbos-instituut, geen actiegroep.

Bijna de helft.

En voor die helft is er een systeem dat niet werkt. Wachtlijsten die groeien. Een toezichthouder die stopt met meten. Een eigen risico dat stijgt. Een overheid die bezuinigt.

De werkgevers melden historisch hoge uitval door psychische klachten. Het ziekteverzuim door mentale klachten kost de Nederlandse economie miljarden per jaar. Niet miljoenen — miljarden.

Investeren in GGZ is niet alleen een morele plicht. Het is economisch rationeel. Elke euro die je investeert in tijdige GGZ-hulp, verdien je veelvoudig terug in minder ziekteverzuim, minder arbeidsongeschiktheid, minder uitkeringen, minder criminaliteit.

Maar we doen het niet. Want de GGZ is niet sexy. De GGZ levert geen spectaculaire innovaties op waarmee je op de EU-top kunt pronken. De GGZ is stil lijden, achter gesloten deuren, van mensen die je niet ziet.

Totdat je ze mist.


Persoonlijk — En Principieel

Ik schrijf dit stuk niet als neutrale waarnemer. Ik schrijf dit als iemand die het systeem van binnenuit kent. Die heeft gezien wat er gebeurt als de overheid zegt voor je te zorgen, maar in werkelijkheid een formulier stuurt.

Ik heb gezien hoe mensen die psychische hulp nodig hebben, maandenlang wachten terwijl ze wegkwijnen. Ik heb gezien hoe zorgverleners die alles geven, het systeem uitgedreven worden door bureaucratie. Ik heb gezien hoe families ontwricht raken omdat de hulp niet komt.

En ik heb gezien hoe de overheid — diezelfde overheid die het toeslagenschandaal veroorzaakte, die Groningen liet beven, die de stikstofcrisis creëerde — nu zegt: we gaan de zorg hervormen. Met een nieuw akkoord. Een nieuwe commissie. Een nieuw dashboard.

Ik geloof er niets van.

Niet omdat de ambtenaren slecht zijn. Niet omdat de ministers kwaadwillend zijn. Maar omdat het systeem niet gebouwd is om jou te helpen. Het systeem is gebouwd om zichzelf in stand te houden. Om premies te innen. Om formulieren te verwerken. Om akkoorden te tekenen.

De patiënt is het bijproduct. De burger is de financier. De zorgverlener is het voetvolk.

En wij accepteren het. Omdat we het niet anders kennen. Omdat we denken dat het in andere landen ook zo is. Omdat we te druk zijn met werken om de premie te betalen om na te denken over waarom die premie zo hoog is.


Wat De Andere Kant Zegt

Want het framework van Vrije Opinie vereist het: de andere kant.

Er zijn mensen die zullen zeggen: Nederland heeft een van de beste zorgstelsels ter wereld. De levensverwachting is hoog. De zuigelingensterfte is laag. De kwaliteit van de ziekenhuiszorg is excellent. Er worden meer behandelingen vergoed dan in veel andere landen. De keuzevrijheid is groot.

Dat is allemaal waar.

Het is ook waar dat je twintig jaar geleden minder betaalde voor betere toegang. Het is waar dat de wachtlijsten alleen maar groeien. Het is waar dat de administratielast elk jaar toeneemt. Het is waar dat de mensen die de meeste hulp nodig hebben, het langst moeten wachten.

Een systeem kan tegelijk goed zijn in acute zorg en volledig falen in chronische en psychische zorg. Een systeem kan tegelijk technologisch hoogstaand zijn en menselijk koud.

Het Nederlandse zorgstelsel is als een dure auto met een kapotte motor. Van buiten ziet het er prachtig uit. Maar het brengt je niet waar je naartoe moet.


De Ongemakkelijke Vraag

Als de Nederlandse overheid €114 miljard per jaar uitgeeft aan zorg — meer dan ooit — en het resultaat is de langste GGZ-wachtlijsten ooit, een recordaantal mensen dat zorg mijdt vanwege kosten, en een tekort aan zorgpersoneel dat oploopt naar 200.000:

Is het dan een geldprobleem? Of een systeemprobleem?

En als het een systeemprobleem is — waarom accepteren we dan een systeem dat ons meer laat betalen voor minder zorg?

Waarom accepteren we dat de farmaceutische industrie drie keer zoveel winst maakt als andere sectoren — betaald met ons premiegeld?

Waarom accepteren we dat een arts 40% van zijn tijd aan formulieren besteedt in plaats van aan patiënten?

Waarom accepteren we dat het eigen risico stijgt terwijl chronisch zieken niet minder ziek worden?

Waarom accepteren we dat de toezichthouder stopt met meten op het moment dat de cijfers het slechtst zijn?

En de belangrijkste vraag: hoe lang wachten we nog?


Tot Slot

Er is een petitie met 29.000 handtekeningen. Er zijn 101.134 mensen op een wachtlijst. Er zijn 65.091 mensen die langer wachten dan de norm. Er is een minister die zegt dat de zorg “inklapt.” Er is een toezichthouder die stopt met rapporteren. Er is een coalitie die het eigen risico verhoogt.

En er zijn wij. De burgers. Die elke maand €159,30 betalen. Die braaf hun eigen risico ophoesten. Die stil wachten op hun beurt.

Misschien is het tijd om te stoppen met wachten.

Niet op de politiek. Niet op een nieuw akkoord. Niet op een nieuw dashboard.

Maar op onszelf. Om hardop te zeggen wat iedereen denkt maar niemand uitspreekt:

Dit zorgstelsel dient ons niet meer. Het dient zichzelf. En het is tijd dat wij — de mensen die het betalen — dat niet langer accepteren.


De Redactie van Vrije Opinie schrijft vanuit een libertarische visie over de Nederlandse samenleving. Dit stuk is een opinieartikel — geen journalistiek verslag. De feiten zijn verifieerbaar. De conclusies zijn van ons.


Bronnen

  1. MIND / Radar analyse NZa-dashboard ‘Zicht op zorgaanbieders’ — wachttijdcijfers GGZ oktober 2025 (gepubliceerd 17 februari 2026)
  2. CBS — Uitgaven gezondheidszorg 2024 (€113,5 miljard, stijging 8,1%)
  3. CBS — Uitgaven gezondheids- en welzijnszorg 2024 (€155 miljard, 13,8% BBP)
  4. PwC / Rijksbegroting 2026 — VWS-begroting €114,1 miljard
  5. Consumentenbond / Zorgwijzer — Gemiddelde zorgpremie 2026: €159,30/maand
  6. Zorgwijzer — Eigen risico stijgt naar €460 in 2027 (coalitieakkoord D66/VVD/CDA)
  7. NVZ / Berenschot — Administratielast zorgprofessionals: 34-40% van werktijd
  8. V&VN — Verpleegkundigen 30-40% tijd aan administratie
  9. EenVandaag — Minister Agema: “zorg klapt in elkaar” als administratielast niet halveert
  10. Trimbos-instituut — 48,4% volwassenen heeft/krijgt psychische aandoening
  11. CBS 2024 — Zelfdoding meest voorkomende doodsoorzaak jongeren onder 30
  12. JAMA (2020) — Nettowinstmarge farmaceutische industrie: 13,8% (2000-2018)
  13. CBS — Farmaceutische industrie maakt drie keer zoveel winst als andere sectoren
  14. SOMO — 75% farmawinst offshore opgegeven; meer geld naar financiële activiteiten dan R&D
  15. Kamerstuk 34834 nr. 2 — Initiatiefnota geneesmiddelenbeleid
  16. NZa — Informatiekaart Wachttijden GGZ oktober 2024
  17. IBO Mentale gezondheid en GGZ (2025) — “Uit balans”
  18. Overstappen.nl — Verwachte zorgpremie 2027: €170-€190/maand
  19. CPB — Eigen risico naar €520 in 2030
  20. RIVM — Toekomstverkenning zorguitgaven: stijging 2,8% per jaar tot 2060
R
Over de auteur

Redactie Gezondheid & Politiek

📋
Reageer met Respect

Alleen beschaafde reacties worden geplaatst. Bedreigingen, scheldpartijen en haatzaaiende opmerkingen worden verwijderd.

Plaats een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.