De ziekte-industrie: hoe genezen een verdienmodel werd

de zorg heeft extra belasting door administratie

We noemen het gezondheidszorg, maar het verdient niet aan je gezondheid — het verdient aan je klacht. En een systeem dat leeft van zieke mensen heeft één ding niet als doel: dat je beter wordt.

Redactie Gezondheid & politiek Leestijd: ± 34 minuten

Geen tijd? Scroll naar de samenvatting onderaan.


Stel je een bedrijf voor dat geld verdient zolang jij een probleem houdt. Niet als het je probleem oplost — dan ben je weg als klant — maar zolang het je probleem kan beheersen, onderdrukken, draaglijk maken. Elke maand een herhaalrecept. Elke controle een nieuwe afspraak. Dat is geen karikatuur van een vijandig systeem. Dat is, in de kern, hoe onze gezondheidszorg economisch in elkaar zit. Het verdienmodel rust op ziekte, niet op gezondheid.

Laat ik beginnen met wat dit stuk níét is, want bij dit onderwerp is de nuance het halve werk. Dit is geen aanval op artsen — de meeste zorgverleners zijn toegewijde mensen die vermalen worden door hetzelfde systeem dat ik bekritiseer. Dit is geen pleidooi om je medicijnen weg te gooien; wie chronische medicatie gebruikt, moet dat blijven doen en zulke beslissingen alleen samen met een arts nemen. En het is zeker geen bewering dat de moderne geneeskunde waardeloos is. Als je onder een auto ligt met een klaplong, wil je geen kruidenthee — dan wil je een traumachirurg, en die acute geneeskunde is een van de mooiste verworvenheden van onze beschaving.

Het punt is een ander. Het is dat de moderne geneeskunde en de oudere, op oorzaak en leefwijze gerichte geneeskunde elkaar zouden moeten aanvullen — en dat we in plaats daarvan één model bijna volledig hebben weggedrukt, niet omdat het niet werkt, maar omdat er geen geld in zit. Dit gaat over de prikkels van het systeem. En prikkels, niet bedoelingen, bepalen op den duur het gedrag.

Van handen aan bed naar handen op het toetsenbord

Begin bij wat iedereen die in de zorg werkt je kan vertellen: het werk is verschoven van de patiënt naar het scherm.

De cijfers zijn ronduit ontluisterend. Zorgpersoneel is volgens metingen van het CBS al jaren rond de 30 procent van de werktijd kwijt aan registratie en verslaglegging — en dat percentage is, ondanks een waslijst aan plannen om het terug te dringen, vrijwel onveranderd gebleven. Bij sommige groepen is het nog erger: wijkverpleegkundigen besteden bijna de helft van hun tijd aan administratie, tot aan het invullen van formulieren toe om voor een patiënt verband of luiers vergoed te krijgen. In de langdurige zorg liep de last op van 25 procent in 2016 tot ruim daarboven, met een geschatte kostenpost van zo’n vijf miljard euro per jaar.

Vijf miljard. Per jaar. Aan invullen, aanvinken, verantwoorden, declareren — geld en uren die per definitie niet naar een patiënt gaan.

En het verbijsterende: het beweegt niet. Sinds 2018 loopt het programma “Ontregel de Zorg”, met schrapsessies, mooie voornemens en brede politieke steun. Het doel was de administratielast terug naar 20 procent. Jaar na jaar wordt dat doel niet gehaald; in de langdurige zorg neemt de last zelfs verder toe. Het meest verontrustende is misschien wel de gewenning: waar zorgverleners tien jaar geleden vonden dat maximaal 15 procent administratie acceptabel was, vinden ze inmiddels 23 procent normaal. De dwangbuis is zo langzaam aangetrokken dat hij als kleding begint te voelen.

Hier zien we het eerste symptoom van de ziekte-industrie. Een systeem dat is geoptimaliseerd om zichzelf te verantwoorden in plaats van om mensen beter te maken. Elke vinkjeslijst dient een controlerende instantie — een verzekeraar, een toezichthouder, een manager — en niet de zieke mens in het bed. De handen die aan het bed hoorden te staan, liggen op het toetsenbord.

Wie betaalt, bepaalt — en dat ben jij niet

Stel, je arts kent je, kent je voorgeschiedenis, en schrijft je een bepaald medicijn voor. Dan is dat wat je krijgt, toch? Niet per se. In de praktijk bepaalt steeds vaker een partij die je nooit hebt ontmoet welk middel in jouw lijf belandt: je zorgverzekeraar.

Dat heet het preferentiebeleid. De verzekeraar wijst binnen een groep medicijnen met dezelfde werkzame stof één voorkeursmiddel aan — meestal het goedkoopste — en vergoedt alleen dat. Kies je een ander merk zonder dat je arts “medische noodzaak” opschrijft, dan betaal je zelf. En waar vroeger een handvol verzekeraars géén preferentiebeleid voerde, zodat de apotheker in overleg met jou koos, is dat inmiddels verleden tijd: praktisch elke verzekeraar hanteert het nu. Het overleg tussen jou, je arts en je apotheker is vervangen door een inkooplijst.

Op zichzelf valt er iets te zeggen voor goedkoop inkopen — dat drukt de premie. Maar zie wat er werkelijk gebeurt met de macht. De arts noemt de werkzame stof; de verzekeraar bepaalt het merk; en als die verzekeraar meerdere keren per jaar van leverancier wisselt, krijg je telkens een ander potje, een andere kleur, een andere pil — verwarrend en soms ronduit gevaarlijk voor mensen die dagelijks meerdere middelen slikken. De beslissing over jouw behandeling is verschoven van de spreekkamer naar het inkoopkantoor. Van iemand met een medische eed naar iemand met een spreadsheet.

En dit is nog maar het zichtbare topje. Achter de schermen onderhandelen verzekeraars met ziekenhuizen over welke behandelingen tegen welke prijs worden ingekocht, welke klinieken een contract krijgen en welke niet, welke zorg “doelmatig” heet en welke niet. Stuk voor stuk beslissingen die jouw zorg vormgeven, genomen door partijen wier kernopdracht niet “een zo gezond mogelijke burger” is, maar “een zo beheersbaar mogelijke kostenpost”. Dat is geen samenzwering. Het is gewoon wat een verzekeraar hóórt te doen. Het probleem is dat we die rol in het hart van onze gezondheid hebben gezet.

Wie het onderzoek betaalt, schrijft de uitkomst

Tot zover wie er beslist. Maar er is een diepere laag, en die raakt de basis van waarop al die beslissingen heten te rusten: het wetenschappelijke bewijs zelf. Want we vertrouwen erop dat een medicijn wordt voorgeschreven omdat onderzoek aantoont dat het werkt. De vraag die zelden hardop wordt gesteld: wie heeft dat onderzoek betaald?

Het mechanisme is simpel en menselijk. Wie een studie financiert, bepaalt de vraagstelling, het studieontwerp, met welk middel je vergelijkt en bij welke dosering, en — cruciaal — of de uitkomst überhaupt wordt gepubliceerd. Een fabrikant die meerdere studies tegelijk laat lopen, kan de ongunstige in een la laten verdwijnen en de gunstige breed uitmeten. Dat heet publicatiebias, en het is geen verdachtmaking: het is door de wetenschap zelf grondig in kaart gebracht.

En de cijfers liegen er niet om. Cochrane — hetzelfde gezaghebbende instituut dat we kennen van het mondkapjesonderzoek — concludeerde na analyse van honderden studies dat onderzoek gefinancierd door de fabrikant systematisch gunstiger uitkomsten en conclusies oplevert dan onafhankelijk onderzoek, en dat die vertekening niet te verklaren is uit de gebruikelijke kwaliteitsmaatstaven. Een eerdere systematische review vond dat door de industrie gesponsorde studies ruwweg vier keer zo vaak een voor de sponsor gunstige uitkomst rapporteerden. En, veelzeggend: door bedrijven gefinancierd onderzoek werd minder vaak gepubliceerd dan onderzoek met andere financiers. Wie betaalt, bepaalt — niet alleen wie je medicijn kiest, maar welke “feiten” we daarover te zien krijgen.

Dat dit geen theoretisch risico is, bewijst de zaak-Vioxx, misschien wel het beruchtste voorbeeld. Vioxx was een ontstekingsremmer van fabrikant Merck, en in de grote VIGOR-studie die in 2000 in het gezaghebbende New England Journal of Medicine verscheen, ontbraken drie hartaanvallen onder de gebruikers. Het tijdschrift schreef later dat het was misleid; de weglatingen maakten conclusies over het hart-en-vaatrisico simpelweg onjuist. Pas in 2004 trok Merck het middel terug. Schattingen, onder meer in The Lancet, lopen op tot tienduizenden hartaanvallen en duizenden doden die voorkomen hadden kunnen worden. Een wereldwijd verkocht medicijn, een toonaangevend tijdschrift, en data die net even gunstig waren bijgekleurd. Dit is geen randgeval uit een complotblog — het is gedocumenteerde, voor de rechter uitgevochten geschiedenis.

Tel daar de bredere machtsmachine bij op: de lobby richting politiek en toezichthouders, de “onafhankelijke” patiëntenverenigingen en stichtingen die deels door de industrie worden gefinancierd, de bijscholing van artsen die door fabrikanten wordt verzorgd, de adviescommissies waarin mensen zitten met banden naar diezelfde fabrikanten. Geen van die dingen is op zichzelf per se kwaadaardig. Maar samen vormen ze een systeem waarin de partij met het grootste financiële belang ook grotendeels bepaalt wat er wordt onderzocht, wat er wordt gepubliceerd, wat artsen leren en wat de overheid besluit. En dan is “de wetenschap zegt het” niet meer het einde van het gesprek — dan is het precies het moment om te vragen: welke wetenschap, en wie betaalde haar?

De pil voor de pijn, nooit de vraag waaróm

En dan het hart van de zaak. Wat dóét dit systeem eigenlijk met een zieke mens?

Het overheersende antwoord is: het onderdrukt het symptoom. Je hebt pijn — hier is een pijnstiller. Je bloeddruk is te hoog — hier is een pil. Je slaapt slecht, je bent somber, je darmen protesteren — voor alles is er een middel dat de klacht dempt. Wat veel zeldzamer gebeurt, is de vraag die ertoe doet: waaróm heb je die klacht? Wat in je leven, je voeding, je werk, je beweging, je slaap, je stress veroorzaakt dit? Want die vraag beantwoorden levert geen terugkerende klant op. Een onderdrukt symptoom wel.

Dit is niet mijn verzinsel; het systeem geeft het zelf toe, zij het in net iets vriendelijker bewoordingen. In de zorgsector zelf wordt openlijk gesproken over de noodzaak om te verschuiven van “een verdienmodel gebaseerd op ziekte” naar “gezondheid als verdienmodel”. Lees dat nog eens: men erkent dat het huidige model verdient aan ziekte. En het bewijs zit in de prikkels. Uit onderzoek blijkt dat bijna een derde van de huisartsen leefstijladvies niet eens declareert — niet omdat ze het niet geven, maar omdat het systeem er nauwelijks een vergoeding voor kent. Voor een pil bestaat een code, een prijs, een vergoeding. Voor het gesprek over waaróm je ziek bent, vaak niet. Preventie, zo erkennen zorgaanbieders zelf, wordt in het huidige systeem structureel niet betaald.

Zet daar het volgende naast. Het RIVM stelt vast dat een groot deel van onze chronische ziekten — hart- en vaatziekten, diabetes type 2, en meer — voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door leefstijl: roken, voeding, te weinig bewegen, alcohol. Voor een belangrijk deel vermíjdbaar, dus. Maar vermijden levert niets op in een ziekte-economie. Een diabetespatiënt die zijn aandoening omkeert met voeding en beweging is, puur economisch bekeken, een verloren omzet: geen levenslange medicatie, geen controles, geen hulpmiddelen. Een diabetespatiënt die keurig elke dag zijn pillen slikt en niets aan de oorzaak verandert, is daarentegen een stabiele, voorspelbare inkomstenbron — voor de fabrikant, de apotheek, de keten eromheen.

Ik zeg hier nadrukkelijk niet dat artsen mensen bewust ziek houden. Verreweg de meeste willen niets liever dan genezen. Het punt is dat het systéém waarbinnen ze werken is gebouwd rondom de behandeling, niet rondom de genezing — en dat het de oorzaakgerichte, holistische blik (kijken naar de hele mens en zijn leven, niet naar één losgezongen klacht) heeft wegbezuinigd omdat er geen verdienmodel op zit.

De geneeskunde die we hebben weggezet als ‘kwakzalverij’

Voordat we kijken hoe het zo kwam, eerst iets wat in het huidige debat bijna verboten is geworden om te zeggen: de geneeskunde die we eeuwenlang hadden, vóór de farmaceutische revolutie, was geen verzameling bijgeloof van domme voorouders. Mensen werden duizenden jaren lang behandeld met kennis van planten, voeding, rust, beweging en het zelfherstellend vermogen van het lichaam — en een aanzienlijk deel van die kennis werkte, en werkt nog steeds.

Sterker nog: een flink deel van de moderne farmacie is rechtstreeks geplunderd uit die “ouderwetse” natuurgeneeskunde. Aspirine, het meest gebruikte medicijn ter wereld, stamt af van wilgenbast, dat al door de oude Grieken tegen pijn en koorts werd gebruikt. Het hartmedicijn digoxine komt uit het vingerhoedskruid. Morfine komt uit de papaver. Kinine, eeuwenlang dé behandeling tegen malaria, komt uit de bast van de kinaboom. De farmaceutische industrie heeft, met andere woorden, de werkzame stoffen uit de kruidengeneeskunde geïsoleerd, gepatenteerd en verkocht — en vervolgens de traditie waaruit die kennis kwam weggezet als achterlijk. Het kind werd gehouden, het badwater verketterd.

En dat verketteren ging systematisch. Hele disciplines — natuurgeneeskunde, homeopathie, fytotherapie, orthomoleculaire geneeskunde — werden en worden weggezet als “kwakzalverij”, een woord dat elk gesprek meteen beëindigt. In Nederland bestaat zelfs een Vereniging tegen de Kwakzalverij, opgericht in de negentiende eeuw, die zich tot op de dag van vandaag toelegt op het bestrijden van alles wat buiten de gevestigde geneeskunde valt — compleet met jaarlijkse “kwakzalver”-onderscheidingen en open brieven om beroepsverenigingen tot distantiëring te dwingen.

Nu de eerlijkheid, want zonder die nuance ben ik niet beter dan wie ik bekritiseer: niet alles wat zich “natuurgeneeskunde” noemt, deugt. Er zíjn charlatans die valse hoop verkopen aan doodzieke mensen, en daar is geen verdediging voor. Sommige claims van bijvoorbeeld klassieke homeopathie zijn wetenschappelijk uiterst omstreden, en wie kanker laat behandelen met ingestraald water in plaats van een bewezen therapie, brengt zichzelf in levensgevaar. Echte kwakzalverij bestaat en kost levens.

Maar — en hier zit de angel — wie bepaalt waar de grens loopt? Wie beslist dat een eeuwenoude kruidentraditie “kwakzalverij” heet en een door de fabrikant gefinancierde pil “wetenschap”? Het gevaar is precies hetzelfde als wat we tijdens corona zagen: door de echte charlatans en de legitieme oorzaakgerichte geneeskunde op één hoop te gooien, kun je álles wat niet in het farmaceutische model past in één klap diskwalificeren. Het etiket “kwakzalverij” doet dan exact wat het etiket “wappie” deed: het maakt inhoudelijk debat overbodig. Je hoeft niet meer te weerleggen, alleen nog te benoemen. En dat is geen wetenschap — dat is een grenswacht.

Een korte blik op hoe het zo kwam

Hoe is de geneeskunde dan zo eenzijdig op het medicijn en de ingreep gericht geraakt? Een belangrijk kantelpunt ligt ruim een eeuw terug, en het is goed gedocumenteerd — al moeten we oppassen er geen alwetend complot van te maken.

In 1910 verscheen in de Verenigde Staten het zogeheten Flexner-rapport, een vernietigende beoordeling van de medische opleidingen, geschreven in opdracht van de Carnegie Foundation. De uitvoering van de aanbevelingen werd vervolgens voor een groot deel gefinancierd door de filantropische fondsen van de oliemagnaat John D. Rockefeller. Het rapport stelde terecht vast dat veel opleidingen ondermaats waren, en bracht onmiskenbaar een aantal goede dingen: meer wetenschap, hogere standaarden, betere artsen.

Maar er was een prijs. Het rapport leidde tot de sluiting van meer dan de helft van alle medische opleidingen, en de scholen die homeopathie, natuurgeneeskunde, kruidengeneeskunde en andere niet-allopathische benaderingen onderwezen, werden onevenredig hard geraakt. De fondsen stroomden naar instellingen die het nieuwe model omarmden: een geneeskunde gebouwd rond laboratorium, farmacie en chirurgie. Disciplines als voeding en preventieve zorg raakten gemarginaliseerd. De geneeskunde werd, kort gezegd, geherprogrammeerd rond het molecuul en het mes — en de filantropen die dat betaalden, hadden, laten we zeggen, geen tegengesteld belang bij een farmaceutische toekomst.

Was dit een kwaadaardig complot om de mensheid ziek te houden? Dat is niet te bewijzen, en die claim laat ik dan ook liggen. Maar dat de richting van de moderne geneeskunde mede is bepaald door wie de rekening betaalde — en dat daarbij een hele tak van oorzaakgerichte, op leefwijze gerichte kennis is weggevallen — dat is geen speculatie. Dat is geschiedenis. We zeggen niet voor niets dat iemand “medicijnen studeert” en niet “gezondheid”. De taal verraadt waar het zwaartepunt is komen te liggen.

Niet de markt, niet de staat — het vergroeide tussenmodel

Hier komt het libertarische hart van de zaak, en het is genuanceerder dan “de overheid deugt niet” of “de markt deugt niet”.

Want wat hebben we eigenlijk? Geen vrije markt, waarop jij als mondige consument met je voeten en je portemonnee kunt stemmen voor de zorg die jij wilt. En ook geen zuivere publieke voorziening, waarin de overheid rechtstreeks verantwoording aan jou aflegt. We hebben iets ertussenin, en het combineert de nadelen van beide: een verplichte verzekering (je móét afnemen, op straffe van een boete), uitgevoerd door commerciële en semi-commerciële partijen, binnen een dichtgetimmerd kader van overheidsregels. Gedwongen afname, private winst, en geen echte keuzevrijheid voor de burger.

Dit is het slechtste van twee werelden. De disciplinerende kracht van een echte markt — als jouw zorg niet deugt, loop ik naar de concurrent — ontbreekt, want de burger kan niet werkelijk weglopen uit een stelsel waar deelname verplicht is en de spelers in de kern hetzelfde doen. En de directe democratische verantwoording van een publieke dienst ontbreekt óók, want de beslissende macht ligt bij verzekeraars en inkooporganisaties die je niet kunt wegstemmen. Je zit klem tussen een markt die niet vrij is en een staat die niet rechtstreeks aanspreekbaar is.

De vraag of gezondheidszorg “een overheidstaak” hoort te zijn, is daarmee verkeerd gesteld. De echte vraag is: wie heeft de macht over jouw lichaam, en aan wie legt die macht verantwoording af? In het huidige model is het antwoord ongemakkelijk: partijen met een financieel belang, die aan niemand persoonlijk rekenschap hoeven te geven, en aan wie jij verplicht bent overgeleverd. Of je nu vóór een vrijere markt bent of vóór meer publieke zorg — bijna iedereen kan het erover eens zijn dat dít, de vergroeide tussenvorm waarin niemand echt kiest en niemand echt verantwoordelijk is, het slechtste denkbare compromis is.

Geen keuze, geen tijd, geen handen — wel een Audi

Tot zover de theorie. Maar wat betekent dat vergroeide model nu concreet, aan de keukentafel en aan het ziekbed? Vier dingen, en ze worden steeds onaangenamer.

Ten eerste: je hebt geen keuze. Je bent wettelijk verplicht je te verzekeren, je betaalt premie én een eigen risico van 385 euro, en ondertussen is het pakket waarvoor je betaalt jarenlang uitgekleed. De tandarts zit voor volwassenen vrijwel volledig buiten de basisverzekering. Fysiotherapie krijg je pas vergoed vanaf de 21e behandeling — de eerste twintig, al gauw 35 tot 45 euro per keer, betaal je zelf. Wie het niet zelf kan ophoesten, sluit een aanvullende verzekering af en betaalt dus nóg een keer. “Vrije keuze” bestaat in dit stelsel alleen voor wie het dubbel kan betalen. En het wordt nog gekker: verzekeraars werken met omzetplafonds, waardoor je aan het eind van het jaar te horen kunt krijgen dat je bij je zorgaanbieder “even niet meer terechtkunt”. Verplichte afname, krimpend product, en aan het loket toch nee.

Ten tweede: de arts heeft geen tijd. Het standaardconsult bij de huisarts duurt tien minuten, want dat is wat de verzekeraar vergoedt. In tien minuten kun je een klacht benoemen en er een recept tegenover zetten. Wat je in tien minuten niet kunt, is uitvragen hoe iemands leven, voeding, slaap, werk en stress eruitzien — de hele context waarin een klacht ontstaat. Het tijdslot maakt de oorzaakgerichte, holistische blik fysiek onmogelijk. Niet omdat de arts niet wil, maar omdat de stopwatch van de bekostiging tikt.

Ten derde, en ongemakkelijker: veel artsen wéten ook niet hoe. Dit ligt gevoelig, maar het hoort erbij. De gemiddelde arts is, zoals we zagen, opgeleid in een model dat sinds Flexner draait om diagnose en medicatie, niet om leefstijl en oorzaak. Voeding krijgt in de hele opleiding vaak maar een handvol uren. Het is dus niet alleen een kwestie van tijd; het is ook een kwestie van kennis en blikrichting. We hebben generaties artsen opgeleid die uitstekend zijn in het bestrijden van symptomen en die nooit serieus geleerd hebben naar de wortel te kijken — en het systeem eromheen beloont precies dat: een verrichting, een recept, een ingreep leveren geld op; een gesprek over waarom je ziek bent, niet.

Ten vierde, en dan word ik echt boos: de handen aan het bed verdwijnen, terwijl de bestuurslaag groeit. Dit is het morele schandaal in één beeld. De thuiszorg en de verpleeghuiszorg — de meest basale, meest menselijke zorg die er is — worden uitgehold. Het personeelstekort in zorg en welzijn kan volgens prognoses oplopen tot ruim 190.000 mensen in 2033; een vakbondsbestuurder sprak er onlangs over dat “het doek voor de zorg dreigt te vallen”. En de mensen die dit werk dóén, worden onderbetaald: bij een grote reorganisatie in de thuiszorg werden medewerkers tot wel een derde in salaris teruggezet — terwijl bestuurders, toen hun topinkomens eindelijk aan banden werden gelegd, een nette overgangsregeling van zeven jaar kregen. Eén vertrekkende zorgdirecteur kreeg een gouden handdruk van ruim vier ton mee, ruim vijfenhalf keer het wettelijk maximum — bij een instelling die op dat moment onder verscherpt toezicht stond.

Lees dat nog eens. De verzorgende die een oude man wast, krijgt een derde minder. De bestuurder die de instelling onder toezicht achterlaat, rijdt weg in zijn Audi met vier ton op zak. Dát is wat er is misgegaan: het geld dat bedoeld is voor zorg, lekt weg naar de laag die de zorg “managet”, terwijl de laag die de zorg verléént wordt uitgeknepen tot ze omvalt of vertrekt.

En het schrijnendst is het gezicht van de oudere. In een van de rijkste landen ter wereld moeten ouderen steeds langer thuis blijven wonen zonder de zorg die ze nodig hebben, omdat er simpelweg geen handen meer zijn. We hebben de menselijkste zorg — een hand vasthouden, de tijd nemen, er zijn — wegbezuinigd, weggereorganiseerd en weggevinkt, en wat ervoor in de plaats kwam is een bestuurlijk apparaat dat zichzelf prima bedruipt. Hoe een land als Nederland zó kan falen richting zijn ouderen? Door precies wat dit hele stuk beschrijft: te veel partijen die aan de zorg verdienen of erover heersen — verzekeraars, bestuurders, en de overheid die het stelsel optuigde en vervolgens met de vinger naar de markt wijst. De pot verwijt de ketel, en de oudere in de thuiszorg betaalt de rekening.

De makkelijke pil — en onze eigen luiheid

Tot nu toe ging dit stuk over het systeem: de administratie, de verzekeraar, de farma, de geschiedenis. Maar er is een ongemakkelijke laatste partij die ik niet wil overslaan, en dat zijn wij zelf. Want een verdienmodel dat draait op symptoombestrijding kan alleen bestaan bij gratie van een patiënt die dat accepteert. En we accepteren het maar al te graag.

Ik schrijf dit niet als buitenstaander. Vier jaar geleden heb ik mijn leven radicaal omgegooid: ik ben gaan letten op wat ik eet, wat ik drink, wat ik mijn lichaam toedien, hoe ik beweeg. Dat kostte moeite en het kostte energie — en het kost dat nog steeds, elke dag opnieuw. Maar het levert een veelvoud terug. Ik ben in die jaren nergens een arts voor nodig gehad. Ik zeg dat niet om mezelf op de borst te kloppen, en al helemaal niet om te beweren dat iedereen zonder arts kan — dat kan niet, en voor wie een echte aandoening heeft is medische zorg onmisbaar. Ik zeg het om één simpele reden: dit is precies het pad waar de burger níét naartoe wordt geduwd. Niemand schreef het me voor. Geen enkel systeem verdiende eraan. Ik moest het zelf uitzoeken, tegen de stroom in — en dat is veelzeggend.

Want kijk eens hoe het meestal gaat. We zijn gemakzuchtig geworden met onze eigen gezondheid. Ik ben te dik — geef me een pil. Mijn bloeddruk is te hoog — geef me een pil. Ik slaap slecht — een pil. Mensen rennen voor een scheet naar de huisarts. Wat ontbreekt is de zelfreflectie, de eerlijke vraag: wat doe ík hier zelf aan? De pil is de weg van de minste weerstand. De oorzaak aanpakken — anders eten, bewegen, minder stress, je leven herzien — kost moeite, tijd en energie. Een pil slik je in drie seconden. Dus kiezen we massaal voor de drie seconden, en zitten vervolgens vast aan een middel dat het symptoom onderdrukt terwijl de oorzaak rustig doorwoekert. Het is, als je er met afstand naar kijkt, een vorm van legale verdoving. En het is geen toeval dat er talloze gevallen bekend zijn van mensen die letterlijk verslaafd zijn geraakt aan hun medicatie — pijnstillers, slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen.

En dan begint vaak iets verraderlijks, iets waar de pil-in-drie-seconden geen rekening mee houdt: de stapeling. Je slikt pil één voor je klacht. Die pil geeft een bijwerking — last van je maag, je bloeddruk, je stemming. Daar komt pil twee bij, om die bijwerking te onderdrukken. En pil twee, in combinatie met pil één, geeft weer een nieuw ongemak, waarvoor pil drie wordt voorgeschreven. Voor je het weet sta je op vijf, zes, zeven middelen, waarvan de helft de bijwerkingen van de andere helft bestrijdt. Artsen hebben er zelfs een term voor: de voorschrijfcascade. Het is het logische eindstation van een model dat symptomen bestrijdt zonder ooit de oorzaak weg te nemen — en niemand die nog overziet welk middel nu eigenlijk welk probleem veroorzaakt. De oorspronkelijke klacht? Die zit er vaak nog gewoon, onder al die lagen.

Maar nergens wordt dit zo schrijnend zichtbaar als bij onze geestelijke gezondheid. En hier moet ik heel precies zijn, want dit is gevoelig terrein. Ik zeg uitdrukkelijk níét dat psychische ziekten niet bestaan, of dat antidepressiva onzin zijn, of dat iemand zijn medicatie moet staken — dat laatste kan ronduit gevaarlijk zijn en hoort altijd onder begeleiding van een arts te gebeuren. Echte psychiatrische aandoeningen zijn reëel, en voor veel mensen is medicatie een redmiddel.

Wat ik wél zeg, is dit: we zijn doorgeschoten in de reflex om elk ongemakkelijk gevoel te willen wegdrukken met een middel. Niet “wat probeert mijn somberheid, mijn angst, mijn onrust mij te vertellen?”, maar “geef me iets zodat ik het niet meer voel.” En dat is een wezenlijk andere benadering dan bij een hoge bloeddruk. Je gemoed is geen defect dat je wegpoetst — het is informatie. Verdriet, angst, leegte: het zijn vaak signalen dat er iets in je leven, je relaties, je werk, je verleden aandacht nodig heeft. Wie dat signaal standaard dempt zonder naar de bron te kijken, lost niets op en raakt soms verder van zichzelf verwijderd dan daarvoor. Geestelijke nood vraagt om gesprek, om aandacht, om tijd, om het aankijken van de oorzaak — en ja, soms óók om medicatie, maar idealiter als ondersteuning daarbij, niet als vervanging ervan. Dat we het zo vaak omdraaien — eerst en vooral de pil, het gesprek als sluitpost — zegt alles over een systeem dat betaalt voor het recept en bezuinigt op de tijd.

De rode draad: afhankelijkheid

En dan zien we, net als bij zoveel andere machtssystemen, dezelfde rode draad oplichten: afhankelijkheid.

De ziekte-industrie functioneert het best met een patiënt die luistert, slikt en geen vragen stelt. Die niet vraagt waaróm hij ziek is. Die niet zelf op zoek gaat naar de oorzaak in zijn leefwijze. Die de pil aanneemt, de afspraak inplant, het herhaalrecept ophaalt, en het verder overlaat aan de mensen die “ervoor doorgeleerd hebben”. Mondigheid is lastig; een patiënt die zijn eigen gezondheid in handen neemt en de oorzaak aanpakt in plaats van het symptoom, is een patiënt die het model verlaat.

Dat is geen oproep om je arts te wantrouwen of je medicatie te staken — ik herhaal het, want het is belangrijk: dat moet je nooit op eigen houtje doen. Het is een oproep om je rol te veranderen van consument naar eigenaar. Om de vraag te stellen die het systeem zelf zelden stelt: niet alleen “welk middel onderdrukt dit?”, maar “waar komt dit vandaan, en wat kan ik aan de bron veranderen?” Om te beseffen dat preventie, voeding, beweging, slaap en rust geen zweverige bijzaken zijn, maar precies de dingen waar een ziekte-economie geen geld aan verdient — en die daarom door dat systeem stelselmatig worden ondergewaardeerd.

Ik weet uit eigen ervaring dat het kan, en ik weet ook dat het niet makkelijk is. Je leven omgooien is zwaarder dan een pil slikken — zeker in het begin. Maar het is het verschil tussen de oorzaak aanpakken en de oorzaak laten doorwoekeren onder een steeds dikker wordende laag medicatie. Het systeem zal je naar dat laatste duwen, want daar zit het verdienmodel. Naar het eerste zul je jezelf moeten duwen. Dat is lastig, het is oneerlijk dat het zo werkt, maar het is wel waar — en het is precies daarom dat eigenaarschap over je eigen gezondheid misschien wel de meest libertarische daad is die er bestaat.

Tot slot

We hebben een prachtig vangnet voor het moment dat het misgaat. Een acute geneeskunde die levens redt, een chirurgie die wonderen verricht, medicijnen die voor talloze mensen het verschil maken tussen lijden en leven. Niets daarvan wil ik wegnemen.

Maar we zijn iets fundamenteels kwijtgeraakt. We hebben een systeem gebouwd dat schittert in het bestrijden van symptomen en faalt in het stellen van de vraag waaróm. Een systeem dat zijn mensen achter het scherm heeft gezet in plaats van aan het bed, dat de keuze over je medicijn heeft verplaatst van je arts naar een inkooplijst, en dat genezen — werkelijk genezen, de oorzaak wegnemen zodat je de zorg niet meer nodig hebt — economisch heeft gemaakt tot een verliespost.

De eerlijke vraag is niet of de moderne geneeskunde goed of slecht is. Hij is allebei, afhankelijk van waarvoor je hem inzet. De eerlijke vraag is wie er beter wordt van jouw ziekte — en of dat dezelfde partij is die bepaalt hoe je behandeld wordt. Zolang het antwoord op die twee niet hetzelfde is, hebben we geen gezondheidszorg. Dan hebben we een ziekte-industrie, en zijn wij het product.

Genezen zou geen verliespost mogen zijn. Dat het dat wél is, vertelt je alles wat je moet weten.


Samenvatting — de kern in 12 punten

  • Het systeem verdient aan ziekte, niet aan gezondheid. Een onderdrukt symptoom levert een terugkerende klant op; een genezen patiënt is verloren omzet. De zorgsector erkent dit zelf en spreekt van de noodzaak om van “een verdienmodel gebaseerd op ziekte” naar “gezondheid als verdienmodel” te gaan.
  • Van handen aan bed naar handen op het toetsenbord. Zorgpersoneel is al jaren ~30% van de tijd kwijt aan administratie (bij wijkverpleging bijna de helft), in de langdurige zorg oplopend, geschat op ~€5 miljard per jaar. Tien jaar “ontregelen” heeft het niet teruggebracht.
  • Wie betaalt, bepaalt — en dat ben jij niet. Via het preferentiebeleid wijst je verzekeraar (niet je arts) feitelijk je medicijn aan; geen enkele verzekeraar zit nog zonder. De beslissing verschoof van de spreekkamer naar het inkoopkantoor.
  • Wie het onderzoek betaalt, schrijft de uitkomst. Cochrane bevestigt dat door de industrie gefinancierd onderzoek systematisch gunstiger uitvalt voor de sponsor, en dat ongunstige resultaten minder vaak worden gepubliceerd. De zaak-Vioxx (verzwegen hartaanvallen, tienduizenden doden) bewijst dat dit geen theorie is. “De wetenschap zegt het” is dan niet het einde van het gesprek, maar het begin: welke wetenschap, en wie betaalde haar?
  • Hele disciplines zijn verketterd als “kwakzalverij”. Terwijl de farmacie haar bestverkochte middelen plunderde uit de natuurgeneeskunde (aspirine/wilgenbast, digoxine/vingerhoedskruid, kinine, morfine), werd de traditie zelf weggezet. Echte charlatans bestaan — maar het etiket “kwakzalverij” doet hetzelfde als “wappie”: het beëindigt het debat in plaats van het te voeren.
  • Het historische kantelpunt (kort). Het Flexner-rapport (1910), uitgevoerd met Rockefeller-geld, sloot meer dan de helft van de opleidingen en raakte juist de natuurgeneeskundige/holistische scholen. De geneeskunde werd geherprogrammeerd rond farmacie en chirurgie. Feit, geen bewezen masterplan.
  • Niet de markt, niet de staat — het vergroeide tussenmodel. Verplichte afname + private winst + geen echte keuzevrijheid = het slechtste van twee werelden. De macht over je lichaam ligt bij partijen die je niet kunt wegstemmen en die aan niemand persoonlijk verantwoording afleggen.
  • Geen keuze, geen tijd, geen handen. Je bent verplicht verzekerd en betaalt eigen risico, maar het pakket is uitgekleed (tandarts en de eerste 20 fysio-behandelingen betaal je zelf) en omzetplafonds zetten je aan het loket alsnog op nee. Het tienminutenconsult maakt oorzaakgericht kijken onmogelijk — en veel artsen zijn er ook niet in opgeleid, want het systeem beloont de verrichting, niet het voorkómen.
  • De handen aan het bed verdwijnen, de bestuurslaag groeit. Het zorgtekort kan oplopen tot ~190.000 in 2033; thuiszorgmedewerkers werden tot een derde in salaris teruggezet terwijl bestuurders een overgangsregeling van zeven jaar kregen en gouden handdrukken tot ruim vier ton (5,5× het wettelijk maximum) werden uitgekeerd. Ouderen moeten langer thuis blijven zonder zorg. In een van de rijkste landen ter wereld. De pot verwijt de ketel.
  • De voorschrijfcascade. De makkelijke pil kent een verraderlijk staartje: pil 1 geeft een bijwerking, daarvoor komt pil 2, die in combinatie weer een nieuw probleem geeft, waarvoor pil 3 — tot je op een handvol middelen staat waarvan de helft de bijwerkingen van de andere helft bestrijdt, en de oorspronkelijke klacht er nog gewoon onder zit.
  • De rode draad is afhankelijkheid — maar pas op met de boodschap. Het model wil een patiënt die slikt en geen vragen stelt. Het antwoord is van consument naar eigenaar gaan en de oorzaak aanpakken — uitdrukkelijk NIET je medicatie op eigen houtje staken; zulke beslissingen horen altijd samen met je arts. (De schrijver gooide vier jaar geleden zelf zijn leefstijl om en had sindsdien geen arts nodig — als persoonlijk voorbeeld, nadrukkelijk niet als norm of medisch advies.)

Dit artikel is geschreven vanuit een libertarisch perspectief: het gaat over macht, keuzevrijheid en de vraag aan wie jouw lichaam toebehoort. Het is een opiniestuk, geen medisch advies. Het roept niemand op om medicatie te staken, een arts te negeren of een behandeling te weigeren — zulke beslissingen neem je altijd samen met een bevoegd zorgverlener. Het pleit niet tegen de moderne geneeskunde, maar voor het herstel van het evenwicht tussen symptoombestrijding en oorzaakgerichte, preventieve zorg. Oordeel zelf, onderzoek zelf, en stel vragen — juist over je eigen gezondheid.

Het oneens? Mooi. Daar is dit platform voor. Reageer met respect — met argumenten, met bronnen, met tegenspraak.


Bronnen

  1. Medisch Contact — Administratie kost zorgpersoneel nog steeds een derde van de tijd, last in vijf jaar onveranderd (18 november 2025), CBS-cijfers en programma “(Ont)Regel de Zorg”: https://www.medischcontact.nl/actueel/laatste-nieuws/nieuwsartikel/administratie-kost-zorgpersoneel-nog-steeds-een-derde-van-de-tijd-last-in-vijf-jaar-onveranderd
  2. Consultancy.nl — Ondanks alle mooie plannen loopt administratielast in de langdurige zorg alleen maar verder op (16 februari 2026): Berenschot, stijging van 25% (2016), ~€5 miljard, gewenning van 15% naar 23% acceptabel: https://www.consultancy.nl/nieuws/65764/ondanks-alle-mooie-plannen-loopt-administratielast-in-de-langdurige-zorg-alleen-maar-verder-op
  3. Zorgvisie — Zorgverleners besteden 40 procent van hun tijd aan administratie: wijkverpleegkundigen, formulieren voor hulpmiddelen: https://www.zorgvisie.nl/administratie-zorgprofessionals/
  4. SKGZ — Preferentiebeleid medicijnen: wat betekent het voor je vergoeding en medicijnkeuze: verzekeraar wijst voorkeursmiddel aan, zelf betalen bij ander merk: https://www.skgz.nl/vergoeding-van-zorg/preferentiebeleid-medicijnen-wat-betekent-het-voor-je-vergoeding-en-medicijnkeuze
  5. Poliswijzer — Zorgverzekeraar en het preferentiebeleid: geen enkele verzekeraar zonder preferentiebeleid meer; overleg apotheker-patiënt “achterhaald”: https://www.poliswijzer.nl/zorgverzekering/kennisbank/overstappen-terwijl-je-medicijnen-slikt-duizenden-gingen-je-voor
  6. Consumentenbond — Vergoeding Medicijnen: verzekeraars wisselen soms meer dan eens per jaar van fabrikant; verwarrend en risicovol voor wie meerdere middelen slikt: https://www.consumentenbond.nl/zorgverzekering/vergoedingen/medicijnen
  7. AnalyseNederland — Om de Nederlandse zorg overeind te houden is preventie noodzakelijk: het onderscheid tussen “een verdienmodel gebaseerd op ziekte” en “gezondheid als verdienmodel”, GLI/leefstijlinterventie: https://analysenederland.nl/article/om-de-nederlandse-zorg-overeind-te-houden-is-preventie-noodzakelijk.html
  8. Rabobank — Leefstijladvisering in de praktijk: wie betaalt de rekening?: 31% van huisartsen declareert leefstijladvies niet; preventie zit niet in het verdienmodel: https://www.rabobank.nl/kennis/d011100381-leefstijladvisering-in-de-praktijk-wie-betaalt-de-rekening
  9. RIVM — Leefstijlfactoren en chronische ziekten: naar een integratieve preventie-strategie: leefstijl (roken, voeding, beweging, alcohol) als belangrijke oorzaak van chronische ziekten: https://www.rivm.nl/publicaties/leefstijlfactoren-en-chronische-ziekten-naar-integratieve-preventie-strategie
  10. Science (AAAS) — Two Reports and the Worlds They Made: het Flexner-rapport (1910), accreditatie en de dominantie van de wetenschappelijke geneeskunde: https://www.science.org/content/article/two-reports-and-worlds-they-made
  11. Rockefeller Archive Center — Early 20th Century Reforms of Medical Education Worldwide: rol van Rockefeller Foundation en General Education Board bij financiering na Flexner: https://resource.rockarch.org/story/early-20th-century-reforms-of-medical-education-worldwide/
  12. Wikipedia — Flexner Report: sluiting van meer dan de helft van de opleidingen, onevenredige impact op homeopathie/natuurgeneeskunde, en de kritiek op systemische gevolgen: https://en.wikipedia.org/wiki/Flexner_Report
  13. Federatie Medisch Specialisten — Administratielast: afspraak in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord om administratietijd in 2030 naar maximaal 20% te brengen: https://demedischspecialist.nl/themas/thema/administratielast
  14. Cochrane — Industry sponsorship and research outcome (review, Lundh e.a., 2017): door de fabrikant gefinancierde studies leiden tot gunstiger uitkomsten en conclusies; industriebias niet verklaarbaar uit gangbare kwaliteitsmaatstaven: https://www.cochrane.org/evidence/MR000033_industry-sponsorship-and-research-outcome
  15. BMJ — Pharmaceutical industry sponsorship and research outcome and quality: systematic review (Lexchin e.a., 2003): industrie-studies rapporteren ~4x vaker een voor de sponsor gunstige uitkomst; door bedrijven gefinancierd onderzoek wordt minder vaak gepubliceerd: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC156458/
  16. NPR — Timeline: The Rise and Fall of Vioxx: verzwegen hartaanvallen in de VIGOR-studie, terugtrekking in 2004, schatting tienduizenden hartaanvallen en doden (The Lancet): https://www.npr.org/2007/11/10/5470430/timeline-the-rise-and-fall-of-vioxx
  17. Union of Concerned Scientists — Merck Manipulated the Science about the Drug Vioxx: weglaten van drie hartaanvallen uit de dataset, getuigenis FDA-onderzoeker Graham: https://www.ucs.org/resources/merck-manipulated-science-about-drug-vioxx
  18. Vereniging tegen de Kwakzalverij — De geschiedenis van de Vereniging tegen de Kwakzalverij: negentiende-eeuwse oorsprong, bestrijding van homeopathie/natuurgeneeswijzen, “kwakzalver”-onderscheidingen: https://www.kwakzalverij.nl/over-ons/de-geschiedenis-van-de-vereniging-tegen-de-kwakzalverij/
  19. Zorginstituut Nederland / Rijksoverheid — Wat verandert er in het basispakket in 2026: eigen risico €385, eigen bijdrage geneesmiddelen max €250, beperkte dekking fysiotherapie en mondzorg: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorgverzekering/vraag-en-antwoord/veranderingen-basispakket
  20. Zorgwijzer — Beste dekking voor fysiotherapie 2026: eerste 20 behandelingen zelf betalen (€35–45 per keer), basisverzekering vergoedt fysio alleen beperkt: https://www.zorgwijzer.nl/zorgverzekering-2026/deze-zorgverzekeraars-bieden-in-2026-de-beste-dekking-voor-fysiotherapie
  21. Rijksoverheid — Overstappen zorgverzekeraar: omzet-/zorgplafonds waardoor je aan het eind van het jaar niet meer bij een aanbieder terechtkunt: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorgverzekering/vraag-en-antwoord/overstappen-zorgverzekeraar
  22. FNV Zorg & Welzijn — Personeelstekort in de zorg verviervoudigt: “het doek voor de zorg dreigt te vallen”, ouderen langer thuis zonder zorg: https://www.fnv.nl/nieuwsbericht/sectornieuws/zorg-welzijn/2024/12/personeelstekort-in-de-zorg-welzijn-verviervoudigt
  23. Het Zorgbureau / AZW-prognose — Personeelstekort zorg: tekort kan oplopen tot ruim 190.000 medewerkers in 2033: https://www.hetzorgbureau.nl/personeelstekort-zorg-oplossingen/
  24. Zorg+Welzijn — Zorgbestuurders verdienen te veel: thuiszorgmedewerkers tot een derde teruggezet in salaris vs. zevenjarige overgangsregeling bestuurders (WNT); gouden handdruk van €426.113 (5,5× het maximum) bij instelling onder toezicht: https://www.zorgwelzijn.nl/zorgbestuurders-verdienen-te-veel/
R
Over de auteur

Redactie Gezondheid & Politiek

📋
Reageer met Respect

Alleen beschaafde reacties worden geplaatst. Bedreigingen, scheldpartijen en haatzaaiende opmerkingen worden verwijderd.

Plaats een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.