Het kan wel. Of toch niet? Kabinet Jetten

100 dagen kabinet jetten de stand van zaken

Honderd dagen kabinet-Jetten: een premier die werd verkocht op hoop, een kiezer die betaalt met bezuinigingen, en een land dat klem zit in een experiment dat niemand had doordacht.

Redactie Politiek Vrije Opinie. Leestijd: ± 20 minuten 

Geen tijd? Scroll naar de samenvatting onderaan.


Op 3 juni 2026 zit Rob Jetten honderd dagen in het Torentje. Honderd dagen is een arbitrair getal, dat geven we toe, maar het is wel het moment waarop de eerste rekening op tafel mag. En die rekening is hard: na drie maanden is volgens peiler Ipsos I&O nog maar een kwart van de kiezers tevreden over dit kabinet — 24 procent — tegenover 64 procent ontevreden. Dat is niet “een wat stroef begin”. Dat is láger dan de tevredenheid na evenveel dagen Rutte IV én kabinet-Schoof, die beide op 32 procent zaten. De jongste premier ooit, gekozen op een golf van optimisme, presteert na honderd dagen slechter dan de twee kabinetten die hij kwam vervangen.

Voor een man wiens hele merk “Het kan wel” was, is dat een veelzeggend cijfer. Want de vraag die honderd dagen geleden in de lucht hing — kán het wel? — is inmiddels beantwoord. De eerlijke tussenstand luidt: tot nu toe niet.

Dit is geen nieuwsbericht. Dit is een opinie. En de opinie is dat Nederland is verkocht een verhaal dat bij nadere inspectie vooral verpakking bleek — en dat de kiezer die op hoop stemde, iets heel anders heeft teruggekregen dan hem werd voorgespiegeld.

De verkooptruc: optimisme als product

Laten we beginnen bij hoe dit kabinet er kwam, want daar zit de kiem van alles.

De slogan “Het kan wel” was geen toeval en geen origineel idee. Hij is, met gevoel voor marketing, geleend van het “Yes, we can” waarmee Barack Obama in 2008 het Witte Huis won. D66 verdrievoudigde bijna: van rond de tien zetels in de peilingen naar de grootste partij van het land, in een nek-aan-nekrace met de PVV. Een knappe prestatie. Maar kijk je naar wat er veranderd was, dan blijkt het ongemakkelijke: het partijprogramma leek sprekend op dat van 2023, toen D66 juist fors verloor. Er was niet plotseling een beter plan. Er was een betere verpakking.

Die verpakking heette Rob Jetten. De man die jarenlang als “klimaatdrammer” te boek stond, transformeerde in één campagne tot “positivo”. Hij was overal: bij De Slimste Mens, met gemiddeld meer dan twee miljoen kijkers, was hij de meest getoonde lijsttrekker van allemaal. Hij schoof zelfs aan bij de rechtse stamtafel van Vandaag Inside, terrein dat een D66’er normaal mijdt. Niet de inhoud veranderde, maar de uitstraling. Vooruitgang, hoop, “de gezondste generatie ooit”, “betaalbare groene energie van eigen bodem” — vergezichten zonder scherpe randjes, gebracht met een glimlach.

En wie de campagne van dichtbij bekeek, zag een veelzeggend detail: een van Jettens adviseurs, De Bruyne, adviseerde jarenlang de VVD van Mark Rutte — de man die veertien jaar lang onverstoorbaar optimisme bleef uitstralen, óók als het bouwwerk om hem heen instortte. Dat is precies de school waarin “Het kan wel” thuishoort. Het is de Rutte-methode in een fris jasje: blijf glimlachen, blijf “in gesprek”, blijf vooral in beweging — en hoop dat niemand vraagt waarheen.

Optimisme is op zichzelf niet verkeerd. Een land dat is vastgelopen in cynisme en stilstand snakt naar iemand die zegt dat het anders kan. Maar optimisme is geen beleid. En een belofte die je niet kunt waarmaken is geen hoop — het is een verkooptruc.

En wie nog twijfelde of dat optimisme een masker was, kreeg het antwoord vrijwel meteen. Op 31 oktober 2025 — de dag dat zijn verkiezingswinst werd bevestigd — stond Jetten de pers te woord, en relativeerde hij de stellige campagnebelofte van coalitiepartner VVD om níét met GroenLinks-PvdA samen te werken: dat soort uitspraken hoorde, zo gaf hij aan, vooral “voor de bühne”. In campagnetijd, lichtte hij toe, probeer je vanuit je idealen zoveel mogelijk stemmen binnen te halen; daarna heb je “een andere verantwoordelijkheid”. Op zichzelf misschien nuchtere eerlijkheid — maar het legt iets pijnlijks bloot. Als de man wiens overwinning zojuist is bevestigd op datzelfde moment al uitlegt dat campagnetaal vooral een instrument is om stemmen mee te winnen, hoeveel is die taal dan nog waard op het moment dat de kiezer erop afgaat? Het masker ging af op de dag van de overwinning — en hij nam het zelf af.

De kern: verkocht naar links, geregeerd naar rechts

Hier ligt het hart van de zaak, en het is harder dan het optimisme-verhaal.

D66 staat te boek als progressief, sociaalliberaal, het natuurlijke tehuis van de hoogopgeleide kiezer die gelooft in klimaat, Europa en een zachte hand. Maar kijk naar wat Jetten daadwerkelijk déed om te winnen, en daarna naar wat hij is gáán doen.

Om te winnen schoof hij naar rechts. In juni 2025 kondigde hij in het Algemeen Dagblad een strenger migratiebeleid aan met de woorden “het huidige migratiesysteem is stuk”. De klimaatdrammer sprak opvallend weinig over klimaat. Hij beloofde “de rotte appels uit het systeem te trekken” en uit te zetten. Dat is geen progressieve taal — dat is taal die je leent van je tegenstander om diens kiezers af te snoepen. Het werkte. Maar het was een belofte aan twee onverenigbare publieken tegelijk: de progressief die hoopte op menselijkheid, en de bezorgde kiezer die strengheid wilde.

En toen ging hij regeren. Het regeerakkoord draagt de wervende titel Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland. Maar lees wat erin staat: een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd, een versobering van de WW en de WIA, en een krimp van het ambtenarenapparaat. Dat is, of je het nu goed of slecht beleid vindt, onmiskenbaar rechts sociaaleconomisch beleid. Wie korter werken, langer doorwerken en minder vangnet betekent uitspelen tegen de campagne van hoop en vooruitgang, ziet de breuk meteen. De kiezer die D66 stemde omdat het zachter, socialer, groener zou worden, kreeg bezuinigingen op het pensioen en het vangnet.

En voor wie was dit kabinet dan wél een goede deal? Veelzeggend: Ipsos stelde al vóór de beëdiging vast dat het aanstaande kabinet-Jetten “vooral sterk leunt op kiezers met hogere inkomens”. Daar zit de winst, daar zit de tevredenheid — D66-kiezers zijn met 72 procent veruit het meest positief, terwijl de rest van het land afhaakt. Een kabinet voor de bovenkant, verkocht met een verhaal voor iedereen.

En dan is er de rekening die er onderlangs doorheen loopt. Het kabinet kiest voor een historische verhoging van de defensie-uitgaven — Yesilgöz, oud-VVD-leider, werd niet voor niets minister van Defensie — en die miljarden moeten ergens vandaan komen. Ze komen, zo melden internationale persbureaus nuchter, uit bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid. Oppositiepartijen van links tot rechts hekelen precies dat. Het is een veelzeggende rode draad: de premier die zijn gezicht graag in Kyiv en Brussel laat zien, financiert dat wapenarsenaal met het mes in de Nederlandse verzorgingsstaat. Hoop verkocht, vangnet ingeleverd.

Dat verwijt klonk niet alleen van buitenaf, maar tot in het hart van het parlement. In het debat over de regeringsverklaring hield zelfs Geert Wilders — bepaald geen linkse wereldverbeteraar — de premier voor dat hij “de mensen toch wel heel erg voor de gek heeft gehouden met zijn positieve verhaal”. Hij rekende voor wat er volgens hem in Aan de slag verstopt zat: miljardenbezuinigingen op de zorg, van een hoger eigen risico tot de ouderen- en gehandicaptenzorg, nog eens miljarden op de sociale zekerheid, een pensioenleeftijd richting de zeventig, en een nieuwe heffing per gezin. “De subkop van uw stuk is Bouwen aan een beter Nederland,” aldus Wilders, “maar het is Nederland afbreken.” Of je Wilders nu serieus neemt of niet — wanneer het verwijt “u verkocht hoop en levert bezuinigingen” uit de hoek van je felste tegenstander komt én feitelijk hout snijdt, heb je een probleem dat dieper zit dan retoriek. Jettens repliek, dat juist Wilders “Nederland voor de gek heeft gehouden”, was een tegenaanval. Geen weerlegging.

Noem het coalitiecompromis, zeggen de verdedigers. D66 regeert met VVD en CDA en moet water bij de wijn doen; een akkoord is per definitie geven en nemen. Dat is waar, en eerlijk gezegd is het ook precies het probleem: als je vóór de verkiezingen hoop verkoopt en ná de verkiezingen bezuinigingen levert “omdat het nu eenmaal een compromis is”, dan was die hoop nooit gedekt. Dan verkocht je iets wat je niet in voorraad had.

De balans: honderd dagen, en wat is er gebouwd?

Bouwen aan een beter Nederland, heette het. Dus: wat staat er na honderd dagen overeind?

Bitter weinig. Het kabinet begon, in de woorden van de eigen presentatie, vol optimisme: een minderheidskabinet dat samen met het parlement de grote dossiers — asiel, stikstof, de woningnood — zou “lostrekken”. Drie maanden later is het beeld dat van een regering die aan alle kanten vastloopt. Concrete, aangenomen wetgeving die het verschil maakt? Nauwelijks. Wat er wél is: werkgeversorganisaties die klagen, vakbonden die dreigen met acties, en een oppositie die het kabinet verwijt met te weinig uitgewerkte plannen te komen.

De cijfers onderstrepen het verval. Ipsos legde negen grote dossiers voor met de vraag of men erop vertrouwt dat dit kabinet ze oplost. Voor géén enkel dossier kwam het vertrouwen boven de 17 procent uit. Het pijnlijkst is de asielaanpak — nota bene het onderwerp waarop Jetten naar rechts schoof om te winnen: het vertrouwen daarin zakte van bijna de helft van de kiezers in 2024 naar 15 procent nu. Op het thema waarmee hij stemmen won, gelooft nog maar één op de zeven Nederlanders dat hij levert.

En waar was de premier ondertussen? Opvallend vaak in het buitenland en in Brussel — op een EU-top in Montenegro, op bezoek in Oekraïne, bezig met defensiemiljarden — terwijl de binnenlandse agenda bleef liggen. Een premier die zijn gezicht graag op het wereldtoneel laat zien, terwijl thuis de plannen waarop hij verkozen werd in de la blijven. Het is de optimisme-machine die blijft draaien, los van de vraag of er iets wordt geproduceerd.

Jetten zelf weet raad met de kritiek. “Ik snap ook dat mensen heel graag willen dat we vandaag al allemaal een betaalbare woning hebben, het asielprobleem hebben opgelost, die doorbraak op stikstof,” zei hij. “Maar we zijn daar echt met volle kracht mee bezig.” Het is een variant op het eeuwige bestuurdersantwoord: heb geduld, het komt eraan. Het probleem is alleen dat hij die ongeduldige verwachting zélf heeft gewekt. Je kunt niet campagne voeren op “Het kan wel” en vervolgens, als het niet blijkt te kunnen, de kiezer verwijten dat die te veel verwacht.

Waarom het vastloopt: een experiment dat niemand had doordacht

Hier moeten we eerlijk zijn, want niet alles is Jettens schuld. Het kabinet-Jetten is het eerste echte minderheidskabinet sinds 1945. Met 66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer en slechts 22 van de 75 in de Eerste Kamer is het voor élk wetsvoorstel afhankelijk van wisselende steun van de oppositie. Het laatste echte minderheidskabinet daarvóór, Colijn V uit 1939, hield het slechts enkele dagen vol. Dit is, met andere woorden, onontgonnen en gevaarlijk terrein.

De verdedigers wijzen graag naar Scandinavië, en niet ten onrechte: in Zweden, Denemarken en Noorwegen zijn minderheidskabinetten de norm, ze zitten doorgaans hun hele rit uit en leveren stabiel beleid. Het kán dus. Maar — en dit is cruciaal — daar hoort een totaal andere politieke cultuur bij: oppositiepartijen die zichzelf óók als medewetgever zien, en bovendien een éénkamerstelsel zonder een dwarsliggende senaat. Nederland heeft die cultuur niet, en het heeft wél een Eerste Kamer die ook nog akkoord moet gaan. Dubbel klem.

En precies daar wreekt zich de manier waarop dit kabinet tot stand kwam. De formatie ging snel — opvallend snel — omdat het optimisme uit de campagne moest worden vastgehouden. Maar in die haast is, zoals politiek commentatoren droogjes vaststellen, “nooit nagedacht over de vraag hoe je meerderheden vindt voor al deze grote plannen”. Het kabinet presenteert zijn voorstellen volgens experts geregeld alsof het een meerderheid heeft, terwijl het besef dat je in een minderheid zit — dat je de oppositie van begin af aan moet meenemen — grotendeels ontbreekt. Er is, zoals het treffend werd gezegd, “geen oude stijl meer”, maar de nieuwe stijl is nog niet ingedaald.

Het doel van dit kabinet — Nederland vlottrekken via een nieuwe, samenwerkende politieke cultuur — is op zichzelf niet eens slecht. Het is misschien zelfs precies wat het land nodig heeft. Maar een doel is alleen realistisch als je het instrumentarium en de houding hebt om het te halen. En dat is wat ontbreekt: het ambitieniveau van een meerderheidsregering, gecombineerd met de slagkracht van een minderheid en de verwachtingen van een verlosser. Die drie passen niet in één kabinet.

Het asieldrama: een parlement dat zichzelf saboteert

Wil je in één gebeurtenis zien hoe kapot het Haagse landschap inmiddels is, kijk dan naar wat er in april met de asielwetten gebeurde. De asielnoodmaatregelenwet van oud-minister Marjolein Faber (PVV) — door haarzelf gepresenteerd als “het strengste asielbeleid ooit” — kwam in de Eerste Kamer in stemming. En sneuvelde: 38 van de 75 senatoren stemden tegen.

Het wonderlijke: onder die tegenstemmers zat de PVV zélf. De partij die de wet had bedacht, hielp haar eigen wet om zeep. In de Tweede Kamer had de PVV een paar maanden eerder nog vóór de cruciale reparatie gestemd — Wilders noemde dat moment destijds zelfs “geweldig” — maar in de senaat draaide de fractie. Asielminister Van den Brink sprak van “politieke sabotage”, en politiek verslaggevers waren openhartig over het motief: een bom onder de coalitie, want het doel van oppositie voeren is, in hun woorden, simpelweg “weg met het kabinet”.

Maar — en hier wordt het pas echt veelzeggend — de PVV was niet de enige die haar eigen lijn verloochende. Ook D66, de partij van de premier, stemde in de Eerste Kamer tegen, met als argument dat de wet juridisch niet sterk genoeg was. Een coalitiepartij die haar eigen kabinet niet steunt, en een oppositiepartij die haar eigen beleid torpedeert om datzelfde kabinet te laten struikelen. Het resultaat: niets. Geen wet, geen beleid, geen oplossing — alleen een parlement waarin iedereen tegenstemt, elk om zijn eigen tactische reden, terwijl de asielzoekerscentra blijven vollopen.

Dít is het landschap waarin Jetten moet besturen. En het ontmaskert meteen de kernbelofte van zijn kabinet — “samen met het parlement de grote dossiers lostrekken” — als een vrome wens. Je kunt niet samenwerken met spelers die er belang bij hebben dat je faalt. In een Kamer waar zelfs een partij haar eigen wet afschiet om de regering te raken, is constructief samenwerken geen strategie maar zelfbedrog.

De rode draad: beweging zonder richting

Is er een rode draad in honderd dagen Jetten? Ja, en het is geen flatteuze.

De rode draad is dat vorm het wint van inhoud. Het optimisme was geleend, de strengheid was geleend, het programma was hergebruikt, en de bestuursstijl is die van zijn voorganger Rutte: blijven bewegen, blijven glimlachen, vooral zichtbaar blijven. Het is politiek als permanente campagne. Er wordt veel gepresenteerd, veel gereisd, veel “met volle kracht aan gewerkt” — maar de optelsom is beweging zonder richting, activiteit zonder resultaat.

Dat is geen detail. Het is een patroon dat Nederlandse kiezers inmiddels herkennen, en het verklaart waarom het wantrouwen zo snel terugkeerde. Men stemde op een breuk met de stilstand en kreeg de stilstand in een nieuwe verpakking. De peilingen laten het genadeloos zien: niet D66 maar PRO — de fusie van GroenLinks en PvdA onder Jesse Klaver — staat inmiddels bovenaan, en de coalitie verliest fors ten opzichte van de verkiezingen. Klaver, niet bepaald een neutrale waarnemer maar wel een scherpe, noemt het tempoverlies “echt een gevaar voor Nederland”: het tempo dat was beloofd, zegt hij, “is er gewoon niet meer”.

Hoe nu verder? Het eerlijke dilemma

En dan de vraag die zich opdringt: als dit kabinet zo weinig draagvlak heeft en zo weinig levert — moeten er dan niet gewoon nieuwe verkiezingen komen?

Het eerlijke antwoord is dat het hart ja zegt en het hoofd aarzelt. Ja, er valt veel voor te zeggen dat een regering die na honderd dagen al onder het niveau van haar voorgangers zakt, die op haar kernthema’s nauwelijks vertrouwen geniet en die in de peilingen wordt voorbijgestreefd, geen overtuigend mandaat heeft om Nederland vier jaar te besturen. In een gezonde democratie hoort macht te rusten op draagvlak, en dat draagvlak is er niet.

Maar — en hier moeten we eerlijk blijven — nieuwe verkiezingen lossen het werkelijke probleem niet op. Het probleem is niet alleen Jetten; het is de versplintering. De verkiezingen van 2025 eindigden met partijen die nog nooit zo klein waren geweest, met twee partijen vrijwel gelijk aan kop. Een nieuwe gang naar de stembus levert hoogstwaarschijnlijk opnieuw een verbrokkeld landschap op, zonder duidelijke winnaar en zonder logische meerderheid. Je ruilt dan een strompelend kabinet in voor maanden formatie en daarna, met grote kans, wéér een wankele coalitie. Dat is geen oplossing, dat is het probleem opnieuw afspelen.

De nuchtere conclusie luidt daarom: laat dit kabinet maar uitzitten — maar zonder illusies. Het zal strompelen, het zal van deal naar deal scharrelen, en het zal de grote beloften niet waarmaken. De echte les ligt dieper dan één premier of één partij. Zolang het Nederlandse electoraat zo versnipperd is, en zolang partijen elkaar liever bevechten dan samen wetgeving maken, is élk kabinet — meerderheid of minderheid — gedoemd tot stroperigheid. Jetten is daarvan niet de oorzaak. Hij is er, met zijn geleende optimisme en zijn gebroken belofte, vooral het meest recente symptoom van.

Tot slot

“Het kan wel,” riep de zaal honderd dagen geleden, in koor, vol hoop. Het was een mooie leus. Maar een leus is geen plan, en een glimlach is geen meerderheid.

De tussenstand na honderd dagen is onverbiddelijk: een premier die naar rechts schoof om links te winnen, een regeerakkoord dat de eigen kiezer bezuinigingen voorschotelt, een kabinet dat op geen enkel groot dossier het vertrouwen heeft, en een land dat klem zit in een experiment dat in de haast van het optimisme nooit fatsoenlijk werd doordacht.

Misschien draait het nog. Honderd dagen is kort, en wie eerlijk is gunt elke regering de kans om te leveren. Maar de bewijslast ligt nu volledig bij Jetten — en tot hij die levert, blijft “Het kan wel” niet meer dan de duurste verkoopzin uit de recente Nederlandse politiek. De kiezer betaalde met zijn stem. De rekening, zo blijkt, komt later.


Samenvatting — de kern in 9 punten

  • Honderd dagen, en de cijfers zijn vernietigend. Na drie maanden is 24% van de kiezers tevreden en 64% ontevreden — lager dan na evenveel dagen Rutte IV én Schoof (beide 32%).
  • “Het kan wel” was verpakking, geen plan. De slogan is geleend van Obama, het programma leek op het verloren programma van 2023, en de winst zat in de transformatie van Jetten van “klimaatdrammer” naar alom aanwezige “positivo” — geadviseerd door iemand uit de Rutte-school.
  • Verkocht naar links, geregeerd naar rechts. Om te winnen schoof Jetten naar rechts op migratie (“het systeem is stuk”, “rotte appels eruit”). Vervolgens bevat het regeerakkoord een versnelde AOW-verhoging, versobering van WW en WIA, en ambtenarenkrimp — en wordt een historische verhoging van de defensie-uitgaven gefinancierd met bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid. Bezuinigingen voor de kiezer die op hoop stemde.
  • Het masker ging op dag één af. Kort na zijn winst relativeerde Jetten harde campagne-uitspraken als iets “voor de bühne” — je wint er stemmen mee, daarna heb je “een andere verantwoordelijkheid”. In het Kamerdebat verweet zelfs Wilders hem dat hij de kiezer “voor de gek heeft gehouden”; Jettens antwoord was een tegenaanval, geen weerlegging.
  • Een kabinet voor de bovenkant. Het leunt volgens Ipsos vooral op kiezers met hogere inkomens; alleen de D66-achterban (72%) is overwegend tevreden.
  • Weinig gebouwd. Nauwelijks doorslaggevende wetgeving, werkgevers klagen, vakbonden dreigen met acties, het vertrouwen in de asielaanpak zakte naar 15%, en de premier was vooral zichtbaar in het buitenland.
  • Een parlement dat zichzelf saboteert. De strenge asielwet van oud-minister Faber (PVV) sneuvelde in april in de Eerste Kamer doordat de PVV tégen haar eigen wet stemde (minister: “politieke sabotage”) én D66 als coalitiepartij óók tegen was. Niemand levert, iedereen blokkeert — dát is het landschap waarin “samenwerken met het parlement” een vrome wens is.
  • Een experiment dat niemand doordacht. Eerste echte minderheidskabinet sinds 1945 (66/150, 22/75 in de Senaat); de snelle formatie hield het campagne-optimisme vast maar verzuimde te bedenken hóé je meerderheden vindt. Scandinavië bewijst dat het kan — maar dat vergt een andere cultuur en geen Eerste Kamer.
  • Nieuwe verkiezingen? Het dilemma. Dit kabinet heeft amper mandaat, maar de versplintering is zo groot dat een nieuwe stembusgang waarschijnlijk weer geen duidelijke winnaar oplevert. Conclusie: laten uitzitten zonder illusies — Jetten is niet de oorzaak van de stroperigheid, maar het recentste symptoom.

Dit artikel is geschreven vanuit een libertarisch perspectief: macht hoort te rusten op draagvlak, beloften horen gedekt te zijn, en de kiezer verdient eerlijkheid in plaats van een verkooppraatje. Het is een opiniestuk, geen objectieve stand van zaken — andere lezingen zijn mogelijk, en verdedigers van het kabinet wijzen er terecht op dat honderd dagen kort is en dat een minderheidskabinet per definitie tijd en compromis vergt. Oordeel zelf, en baseer je mening op de feiten en bronnen hieronder, niet op de leus.

Het oneens? Mooi. Daar is dit platform voor. Reageer met respect — met argumenten, met bronnen, met tegenspraak.


Bronnen

  1. Parlement.com — Kabinet-Jetten (2026-heden): coalitie D66/VVD/CDA, minderheidskabinet, beëdiging 23 februari 2026, regeringsverklaring 25 februari, eerste minderheidskabinet sinds 1945: https://www.parlement.com/kabinet-jetten-2026-heden
  2. Wikipedia — Kabinet-Jetten: zetelverdeling (66/150 in de Tweede Kamer, 22/75 in de Eerste Kamer), coalitieakkoord Aan de slag, plannen AOW/WW/WIA en ambtenarenkrimp: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabinet-Jetten
  3. Parlement.com — Kabinetsformatie 2025-2026: verloop formatie en keuze voor minderheidsvariant: https://www.parlement.com/kabinetsformatie-2025-2026
  4. Ipsos I&O Publiek — Tevredenheid met kabinet Jetten na 3 maanden lager dan bij kabinet Schoof (15 mei 2026): 24% tevreden, 64% ontevreden, vertrouwen asielaanpak 15%, geen dossier boven 17%: https://www.ipsos-publiek.nl/actueel/tevredenheid-met-kabinet-jetten-na-3-maanden-lager-dan-bij-kabinet-schoof/
  5. Ipsos I&O Publiek — Ministersploeg nipt voldoende beoordeeld (februari 2026): kabinet leunt op kiezers met hogere inkomens, peilingstand: https://www.ipsos-publiek.nl/actueel/ministersploeg-nipt-voldoende-beoordeeld/
  6. EenVandaag — Het kan wel? Waarom het kabinet-Jetten aan alle kanten vastloopt: optimisme, snelle formatie, reactie Jetten, Klaver “gevaar voor Nederland”: https://eenvandaag.avrotros.nl/artikelen/het-kan-wel-waarom-het-kabinet-jetten-aan-alle-kanten-vastloopt-163717
  7. NOS Nieuwsuur — Honderd dagen kabinet-Jetten: vooral dreigende acties, kritiek en verwijten (31 mei 2026), met analyse Claes de Vreese over minderheidskabinetten en de vergelijking met Scandinavië en Colijn V (1939): https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2616638-honderd-dagen-kabinet-jetten-vooral-dreigende-acties-kritiek-en-verwijten
  8. De Groene Amsterdammer — Het land van Jetten (29 oktober 2025): slogan “Het kan wel” geïnspireerd op Obama, transformatie van klimaatdrammer naar positivo, mediaverschijningen, adviseur uit de Rutte-school, migratiekoers: https://www.groene.nl/artikel/het-land-van-jetten
  9. Euronews — Centrist D66 confirmed as Dutch general election winner (31 oktober 2025): verkiezingsuitslag en migratiebeloften Jetten (“rotte appels”): https://euronews.com/2025/10/31/centrist-d66-confirmed-as-dutch-general-election-winner
  10. Malay Mail / AFP — Rob Jetten’s big test: the young PM who sold optimism faces his moment to deliver (24 februari 2026): “Het kan wel”, 66 zetels, hamstrung minority: https://www.malaymail.com/news/world/2026/02/24/rob-jettens-big-test-netherlands-young-pm-who-sold-optimism-faces-his-moment-to-deliver/210101
  11. Tweede Kamer der Staten-Generaal — Plenair verslag debat regeringsverklaring (2025-2026): Wilders’ verwijt dat Jetten “de mensen voor de gek heeft gehouden” en de genoemde bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/2025-2026/38
  12. NOS — Eerste Kamer tegen veelbesproken asielwet, minister beticht PVV van ‘politieke sabotage’ (april 2026): PVV stemt tegen eigen asielwet, ook D66 tegen, 38 van 75 senatoren tegen: https://nos.nl/artikel/2611423-eerste-kamer-tegen-veelbesproken-asielwet-minister-beticht-pvv-van-politieke-sabotage
  13. Euronews / Reuters — New Dutch minority government sworn in (23 februari 2026): historische verhoging defensie-uitgaven gefinancierd via bezuinigingen op zorg en welzijn, oppositie van links tot rechts hekelt dit: https://euronews.com/2026/02/23/new-dutch-minority-government-sworn-in-under-the-nations-youngest-prime-minister-rob-jette
  14. NOS / ANP — Kijk terug: Rob Jetten (D66) na bekendmaking verkiezingswinst door het ANP (31 oktober 2025): Jetten reageert op de bevestiging van de verkiezingswinst en relativeert campagne-uitspraken (de VVD-uitsluiting van GroenLinks-PvdA) als “voor de bühne” — te beluisteren rond 4:30 min: https://nos.nl/collectie/14006/video/2588646-kijk-terug-rob-jetten-d66-na-bekendmaking-verkiezingswinst-door-het-anp
R
Over de auteur

Redactie Politiek

📋
Reageer met Respect

Alleen beschaafde reacties worden geplaatst. Bedreigingen, scheldpartijen en haatzaaiende opmerkingen worden verwijderd.

Plaats een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.