IK SCHAAM ME

Man breekt symbolisch een masker doormidden, omringd door documenten van de Belastingdienst met stempels als Toeslagen, Beslaglegging, Aanmaning, Afwijzing en Incasso — beeld bij het persoonlijke toeslagenaffaire-verhaal IK SCHAAM ME op Vrije Opinie

Dit stuk is maanden geleden geschreven. Ik durfde het niet te publiceren. Bang voor de reacties. Bang om niet begrepen te worden. Bang om weer met mijn hoofd boven het maaiveld uit te komen. De ironie ontgaat me niet — een stuk dat “Ik schaam me” heet, waar ik me te veel voor schaamde om te delen. Dit artikel is de reden dat Vrije Opinie bestaat. Het begon hier. Met deze woorden. Alles wat je op dit platform leest is hieruit voortgekomen.

Ik schaamde me dat we failliet zijn gegaan. Privé en zakelijk.
Ik schaamde me dat we altijd schulden hadden.
Ik schaamde me dat er altijd deurwaarders aan de deur stonden.
Ik schaamde me dat ik steeds opnieuw mijn verhaal moest doen — bij schuldhulp, bij deurwaarders, bij instanties — vol schaamte, elke keer weer en niet begrepen werd.
Ik schaamde me dat we 2x uit nood bij de voedselbank hebben gelopen een periode.
Ik schaamde me dat we altijd maskers op moesten zetten voor de buitenwereld.
Ik schaamde me dat ik elk dubbeltje moest tellen bij de kassa, boodschappen doen was stress.
Ik schaamde me dat mijn kinderen in tweedehands kleren liepen.
Ik schaamde me dat we altijd in oude auto’s reden.
Ik schaamde me dat we nooit leuke dingen gingen doen.
Ik schaamde me dat we pas in 2024 — voor het eerst sinds 2009 — met ons vieren op vakantie zijn geweest.
Ik schaamde me dat we zeven keer verplicht zijn verhuisd in zeventien jaar.
Ik schaamde me dat mijn vrouw haar stervende beste vriendin niet kon bezoeken in die laatste maanden.
Ik schaamde me dat onze stroom, water en internet keer op keer werden afgesloten.
Ik schaamde me dat we geen verjaardagen konden vieren.
Ik schaamde me dat ik ‘nee’ moest verkopen als mijn kinderen iets wilden.
Ik schaamde me dat we niet naar familie konden voor verjaardagen en feestdagen.
Ik schaamde me dat mijn vrouw bij elke werkgever weer weg moest door beslaglegging op haar loon.
Ik schaamde me dat ze werd aangenomen bij de meldkamer van de politie — en werd afgewezen omdat we schulden hadden.
Ik schaamde me dat mijn vrouw geen bestuursfunctie mocht bij een vrijwilligersvereniging. Want we konden niet met geld omgaan vanwege faillissement, zeiden ze.
Ik schaamde me dat we sociaal werden gemeden. Criminelen, aparte mensen of ze zijn failliet geweest fluisterden ze.
Ik schaamde me dat ik mijn kinderen nooit heb zien opgroeien. Omdat ik aan het vechten was. Aan het werken. Aan het overleven.
Ik schaamde me dat ik nooit mezelf kon zijn.
Ik schaamde me dat mijn toekomst, mijn ambitie en mijn zelfvertrouwen waren afgepakt.
Ik schaamde me dat ik fysiek en geestelijk kapot ging.
Ik schaamde me voor wat ik mijn vrouw en kids had aangedaan. Zij verdienden dit niet.
Ik schaamde me voor de teringzooi in ons leven en of het leven nog wel nut had.
Ik schaamde me dat ik zeventien jaar lang heb gezwegen. Op social media. In het echte leven. Tegen iedereen.

Ik schaamde me.

Zeventien jaar lang.

Zeventien jaar lang liep ik met een masker rond. Naar buiten toe de schone schijn ophouden. Naar de samenleving. Naar familie. Zelfs naar mijn eigen partner — ook al wist ze het. Je vertelt niet het hele verhaal. Je wilt niemand belasten. Je wilt niet zielig zijn. Je wilt gewoon normaal zijn.

Maar je bent niet normaal. Je staat in overlevingsstand. Elke dag. Zeventien jaar lang. Alles draait om één ding: zorgen dat je gezin een dak boven het hoofd heeft. Dat er eten op tafel staat. Dat de kinderen naar school kunnen. De rest — je dromen, je zelfvertrouwen, je waardigheid, je identiteit — dat gaat er stuk voor stuk af. Elke dag een beetje meer.

Het is alsof je vecht tegen een onzichtbare tegenstander. Je wordt elke dag neergeslagen maar je weet niet door wie. Je wordt gestraft maar niemand vertelt je waarvoor. Je kruipt weer overeind, je vangt de volgende klap op, je kruipt weer overeind. En langzaam word je de persoon met het masker. Je weet niet eens meer wie je was zonder dat ding.

En het masker kost energie. Zoveel energie. Want eigenlijk ben je de hele dag aan het liegen. Niet grote leugens — kleine. “Ja, het gaat goed.” “Nee, we hebben niks nodig.” “Gewoon druk op het werk.” Terwijl je vanbinnen schreeuwt. Terwijl je ’s nachts wakker ligt.

En ondertussen vreet de PTSS je van binnenuit op. Je schrikt van de post. Elke envelop kan een beslaglegging zijn, een dagvaarding, een nieuwe klap. Je hart slaat over als er een auto voor je deur stopt. Is het een deurwaarder? Een incassobureau? Iemand die weer iets komt afpakken? Er loopt iemand over het tuinpad en je bevriest. Je durft de deur niet open te doen. Je durft niet meer sociaal te zijn — want wat als ze vragen hoe het gaat? Wat als ze doorvragen? Wat als ze zien wie je echt bent achter dat masker?

Je wordt bang voor de dingen waar normale mensen niet eens over nadenken. De brievenbus. De deurbel. Een telefoontje van een onbekend nummer. Een afspraak met mensen. En dat gaat niet weg als het “voorbij” is. Dat zit erin. Dat zit er nog steeds in.

En ergens in die zeventien jaar verlies je niet alleen je geld, je huis, je bedrijven en je waardigheid. Je verliest ook je stem. Je bouwt muren om je gezin heen. Niemand komt erin, niemand kan je pijn doen. Maar daardoor verlies je ook het contact. Met de samenleving. Met vrienden. Met jezelf.

Tot je in 2021 hoort dat je op een zwarte lijst stond. Dat het de overheid was. Dat het niet jouw schuld was. Dat ze het al die tijd wisten.

Toen viel het masker af. En alles wat eronder zat — de woede, de pijn, het verdriet, de schaamte — kwam in één keer naar buiten.

Maar hier hoef ik me niet voor te schamen.

Weet je waarvoor ik me écht schaam?

Ik schaam me voor een overheid die meer dan 43.000 gezinnen op een zwarte lijst zette — en dat jarenlang verzweeg.
Ik schaam me voor een hersteloperatie die in 2026 — zes jaar na “Ongekend Onrecht” — nog steeds niet klaar is, terwijl de Algemene Rekenkamer constateert dat het financieel herstel “nog jaren kan duren.”
Ik schaam me voor een systeem dat €7,1 miljard kost maar waar de meeste ouders nog steeds geen echte gerechtigheid hebben gekregen.
Ik schaam me voor een premier die aftreedt vanwege ons leed — en wordt beloond met een topfunctie bij de NAVO.
Ik schaam me voor ambtenaren die met één pennenstreek levens vernietigen en er nooit op worden aangesproken.
Ik schaam me dat de ambtenaren die dit hebben veroorzaakt nog steeds gewoon bij de overheid werken. Dezelfde bureaus. Dezelfde functies. Geen gevolgen.
Ik schaam me voor rechters die jarenlang blind de Belastingdienst gelijk gaven en de burger afwezen — keer op keer, zaak na zaak. Ze hebben hun excuses aangeboden. Maar excuses herstellen geen levens die in die rechtszalen zijn vernietigd.
Ik schaam me voor politici die al zes jaar “nooit meer” roepen, beloven, vergeten en doorschuiven — en ondertussen de wettelijke termijnen van hun eigen herstelwet niet halen. Ik schaam me voor onze nationale media die wegkijken als het niet meer trending is.
Ik schaam me dat er altijd geld is als het politiek uitkomt — miljarden voor het buitenland, miljarden voor crises die gisteren nog niet bestonden — maar nooit als het om de eigen burgers gaat die de overheid zelf heeft vernietigd.
Ik schaam me voor een politiek klimaat waar je niet meer mag zeggen wat je denkt — en als je het toch doet, word je geframed tot je ongeloofwaardig bent.
Ik schaam me dat niemand — maar dan ook niemand — persoonlijk verantwoordelijk is gesteld.

En dan staan ze met hun handen in het haar dat de burger geen vertrouwen meer heeft. Apart. Hoe zou dat nou komen?

Ik schaam me voor Nederland.

Ik zoek geen medelijden. Ik ben boos. En ik zwijg niet meer.

Zeventien jaar lang was ik bang om mijn mond open te doen. Bang dat we nog verder in de shit zouden komen. Bang om op te vallen. Bang voor het label. Bang voor de reactie.

Dat is voorbij.

Zeventien jaar lang hebben ze mij klein gekregen. Maar klein is niet hetzelfde als kapot. Ik sta nog overeind. Mijn gezin staat nog overeind. En alles wat ze ons hebben aangedaan — elke pennenstreek, elke afwijzing, elke keer dat we werden behandeld als criminelen terwijl zij de daders waren — dat staat nu op papier. Gedocumenteerd. Onderbouwd. Elke euro, elk feit, elke datum.

Ze hebben ons zeventien jaar de tijd gegeven om hun eigen dossier op te bouwen. En dat hebben we gedaan.

Ik houd mijn mond niet meer.

Ik schaam me niet meer voor mijn faillissement. Ik schaam me niet meer voor de voedselbank. Ik schaam me niet meer voor wie we zijn geworden door wat ze ons hebben aangedaan.

Ik schaam me voor Nederland.

En ik heb mijn masker voorgoed afgezet.

Dit is een persoonlijk verhaal. Geen opinie over een onderwerp — maar een beleving. Zeventien jaar aan schaamte, angst en stilte, opgeschreven door iemand die het heeft meegemaakt en niet langer zwijgt. Dit verhaal staat niet op zichzelf — meer dan 43.000 gezinnen hebben een versie van dit verhaal. Als je je hierin herkent: je bent niet alleen. Als je je er niet in herkent: lees het dan als wat het is — de werkelijkheid achter een cijfer.

Reageer met Respect — Alleen beschaafde reacties worden geplaatst. Bedreigingen, scheldpartijen en haatzaaiende opmerkingen worden verwijderd.

 

M
Over de auteur

Marbert Iriks

Marbert Iriks is ondernemer en toeslagenouder. In de zeventien jaar sinds het begin van de toeslagenaffaire raakten hij en zijn gezin vrijwel alles kwijt, zowel zakelijk als privé. Die ervaring bracht hem ertoe te schrijven over een overheid die te groot, te log en te regulerend is geworden. Voor Vrije Opinie schrijft hij over rechtvaardigheid, macht en de gevolgen van beleid voor gewone mensen — niet vanuit theorie, maar vanuit wat er gebeurt wanneer systemen ontsporen en burgers de gevolgen moeten dragen.

5 Reacties

  1. Odette

    Ik schaam me dat ik precies hetzelfde heb meegemaakt en nog meer.
    Ik schaam me dat m’n kinderen en ik nog steeds hierdoor lijden aan trauma’s en angsten.
    Maar ik schaam me vooral omdat het mij aangedane leed nooit is erkend en/of gecompenseerd, omdat het niet om toeslagen ging maar om inkomstenbelasting.
    Ik schaam me dat wij zwaar zijn gedupeerd, mijn kinderen en ik door de belastingdienst maar dat niemand ons ziet en niemand ons hoort.
    Ben ik minder mens omdat ik geen toeslagen kreeg maar wel door de mangel ben gehaald!
    Als alleenstaande moeder heb ik snoeihard m’n best gedaan om de maatschappij niet tot last te zijn. De vruchten zijn wrang. Geestelijk kapot. Lichamelijk een wrak. Emotioneel zwaar. Wie hoort mij. Wie ziet mij. Iedere dag is overleven. Iedere dag een stapje dichter bij het eind.

    1. Redactie Vrije Opine

      Odette,

      Ik lees je woorden en ik herken ze. Allemaal. De schaamte. De angst. Het gevoel dat niemand je ziet. Het gevoel dat je er alleen voor staat. Ik ken dat gevoel — zeventien jaar lang.

      En dan jouw situatie: geen toeslagen maar inkomstenbelasting. Dezelfde Belastingdienst. Dezelfde mangel. Hetzelfde kapotgemaakte leven. Maar zonder de erkenning die toeslagenouders wél kregen — hoe gebrekkig die ook is. Dat maakt het niet minder erg. Dat maakt het erger. Want je bent onzichtbaar in een schandaal dat al onzichtbaar genoeg is.

      Ik ken je dossier niet en ik kan niet beoordelen hoe jouw situatie precies is ontstaan. Dat is ook niet aan mij. Maar wat ik wél weet is dit: geen enkele fout — als die er al was — rechtvaardigt wat de Belastingdienst met mensen doet. Geen enkele procedure mag iemand geestelijk, lichamelijk en emotioneel kapotmaken. Dat is niet handhaven. Dat is vernietigen

      Je bent niet minder mens. Je bent niet minder slachtoffer. Je bent iemand die snoeihard heeft gevochten voor haar kinderen, en die daar een veel te hoge prijs voor heeft betaald. Dat is geen schaamte. Dat is kracht — ook al voelt het niet zo.

      Je vraagt: wie hoort mij? Wij horen je. Ik hoor je. En ik weet dat dat niet genoeg is. Woorden op een scherm lossen niets op. Maar wat ik wel weet is dit: stil blijven zitten in die hoek, dat masker ophouden, doen alsof het gaat — dat vreet je op. Het heeft mij bijna opgegeten. Het moment dat ik begon te praten — rauw, eerlijk, zonder schaamte — was het moment dat er iets veranderde. Niet in mijn situatie. In mij.

      De overheid die dit heeft aangedaan speelt niet eerlijk. Dat weten we. Ze rekken, ze vertragen, ze verschuilen zich achter procedures en termijnen. Maar ze rekenen erop dat wij stil blijven. Dat we opgeven. Dat we verdwijnen. Elke keer dat iemand zoals jij haar verhaal vertelt — hier, onder dit stuk, hardop — is dat een stap die ze niet verwachten.

      Odette, je schrijft dat elke dag overleven is. Dat herken ik. Maar ik wil je vragen: als het echt te zwaar wordt, praat met iemand. Niet met een instantie, niet met een formulier — met een mens. De huisarts. Een vertrouweling. Dat is geen zwakte. Dat is het moedigste dat je kunt doen.

      Je bent niet alleen. Ook al voelt het zo.

      Marbert
      Redactie Vrije Opinie

  2. Sofija Fokeeva

    Kippenvel.
    Zo simpel beschreven.
    Maar alsof je mijn gedachtes uitspreekt.
    Ik zou dit zo graag willen delen op sociale media. Mijn vrienden willen laten weten. Maar ik durf dit artikel niet eens te delen.
    Schaamte…

    1. Redactie Vrije Opine

      Beste Sofija,

      Dank je wel voor deze woorden. Dat je dit herkent, dat het kippenvel geeft — dat raakt me.

      En ik begrijp die schaamte. Echt. Ik heb hem zelf ook, nog steeds. Maar wat ik heb geleerd is dit: het masker ophouden kóst kracht. Elke dag opnieuw. Eerlijk zijn is niet makkelijk, maar het is lichter. Er valt iets van je af als je het durft uit te spreken — voor jezelf, en misschien ook voor je omgeving.

      Op een gegeven moment heb ik besloten om niet meer naar mijn schaamte te luisteren, maar naar wie ik ben, waar ik voor sta en wat ik doe. Dat betekent dat ik mijn schaamte soms voorbij moet. Dat went niet echt, maar het wordt wel draaglijker.

      Ik kan die keuze niet voor je maken. Maar stel jezelf de vraag: wat is het ergste dat kan gebeuren als je dit deelt? En wat kan het opleveren? Misschien een gesprek. Iemand die een vraag stelt. Een opening om je verhaal te doen. Mensen begrijpen je wellicht veel beter dan je denkt.
      Wat je ook besluit — het feit dat je dit hier schrijft is al moedig.

  3. Laaziza Ziani

    Wauw… ik herken dit helemaal.
    Zeventien jaar angst, schaamte en overleven, en dan dit: zo open en eerlijk delen.
    Dit is niet alleen jouw verhaal, dit is een stem voor duizenden die geen stem hadden.
    Respect voor je moed en kracht, dit verdient gehoord te worden.
    het helpt vast meer mensen dan je denkt. 🤍❤️

📋
Reageer met Respect

Alleen beschaafde reacties worden geplaatst. Bedreigingen, scheldpartijen en haatzaaiende opmerkingen worden verwijderd.

Reageer op Odette Annuleer

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.