CDA, VVD, D66 en PvdA hebben de afgelopen twee decennia vrijwel ononderbroken geregeerd. De toeslagenaffaire, Groningen, de stikstofcrisis, de energierekening — steeds dezelfde partijen, steeds dezelfde beloftes, steeds dezelfde resultaten. Een analyse op de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen.
Woensdag is het weer zover
Op 18 maart 2026 mag Nederland naar de stembus. Gemeenteraadsverkiezingen. Lokale politiek. Over de stoeptegel voor je deur, de lantaarnpaal op de hoek, het zwembad dat dicht moet.
Maar voor je gaat stemmen, willen wij je iets vragen. Niet voor wie je stemt. Dat is je eigen zaak. We willen dat je even stilstaat bij iets anders.
Kijk naar de partijen op je stembiljet. De namen die je al twintig jaar ziet. CDA. VVD. D66. PvdA — tegenwoordig met GroenLinks. De partijen die op landelijk niveau, in wisselende combinaties, al meer dan twee decennia aan de knoppen zitten. En vraag jezelf af: wat hebben die twintig jaar opgeleverd?
Niet wat ze beloofd hebben. Wat ze geleverd hebben.
“Maar dit zijn toch gemeenteraadsverkiezingen?”
Ja. Dat klopt. Het gaat over je gemeente. Over de stoeptegel en het zwembad. Maar kijk nog eens naar dat stembiljet.
Dezelfde partijnamen. CDA. VVD. D66. GroenLinks-PvdA. Het zijn geen onafhankelijke lokale clubs die toevallig dezelfde naam dragen. Het zijn lokale afdelingen van landelijke partijen. Ze volgen de landelijke partijlijn. Ze worden aangestuurd vanuit Den Haag. Ze selecteren hun kandidaten volgens landelijke procedures. En de wethouder die straks namens het CDA in jouw gemeente over de zorg gaat? Die voert beleid uit dat in Den Haag is bedacht. Met geld dat in Den Haag wordt verdeeld. Volgens regels die in Den Haag zijn geschreven.
Je gemeente is geen eiland. Je gemeente is een doorgeefluik.
Gemeenten worden voor het overgrote deel gefinancierd vanuit het gemeentefonds — Rijksgeld. Als Den Haag bezuinigt, bezuinigt jouw gemeente. Als Den Haag regels maakt over de Wmo, de Jeugdzorg, de bijstand, dan voert jouw gemeente die uit. De gemeente is het loket. Den Haag bepaalt wat er achter dat loket gebeurt.
En dan is er de burgemeester. De machtigste persoon in je gemeente. Voorzitter van de gemeenteraad. Voorzitter van het college van B&W. Verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid. En die burgemeester — die kies je niet. Die wordt benoemd. Bij Koninklijk Besluit. Op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken. Na een selectie waarin de commissaris van de Koning een centrale rol speelt.
En van welke partijen zijn die burgemeesters? In 2025 was 31 procent van de nieuw benoemde burgemeesters VVD. 26 procent CDA. 14 procent PvdA. D66 levert zo’n 25 burgemeesters landelijk — circa 7 procent. Tel het op: bijna 80 procent van alle burgemeestersposten wordt bezet door dezelfde vier partijen. De PVV — de partij die in 2023 de grootste werd bij de Tweede Kamerverkiezingen — heeft nul burgemeesters. Nul.
En de ironie? D66 is opgericht in 1966 met de gekozen burgemeester als een van haar kernpunten. Zestig jaar later is de burgemeester nog steeds niet gekozen. Maar D66 levert er wel vijfentwintig. Soms is het makkelijker om te pleiten voor verandering dan om die verandering door te voeren — vooral als het huidige systeem je prima uitkomt.
De machtigste persoon in je gemeente wordt niet gekozen door jou. Die wordt benoemd door Den Haag. En die komt bijna altijd uit dezelfde vier partijen die ook landelijk al twintig jaar aan de knoppen zitten.
Gemeenteraadsverkiezingen zijn geen lokale verkiezingen. Het zijn landelijke verkiezingen in een lokale verpakking. En de partijen op je stembiljet zijn dezelfde partijen die landelijk verantwoordelijk zijn voor alles wat hierna komt.
Vier partijen, twintig jaar — een reconstructie
Sinds 2002 hebben vier partijen — CDA, VVD, D66 en PvdA — in wisselende combinaties vrijwel elk kabinet gedomineerd. Balkenende I, II, III en IV. Rutte I, II, III en IV. Altijd minstens twee van de vier. Meestal drie. De coalitie wisselt, de gezichten wisselen, maar de kern is stabiel. De partijkleuren op het bordes veranderen. Het beleid niet.
Laten we de kabinetten even langslopen:
Balkenende I (2002-2003): CDA, VVD, LPF. Balkenende II (2003-2006): CDA, VVD, D66. Balkenende III (2006-2007): CDA, VVD. Balkenende IV (2007-2010): CDA, PvdA, ChristenUnie. Rutte I (2010-2012): VVD, CDA (gedoogd door PVV). Rutte II (2012-2017): VVD, PvdA. Rutte III (2017-2021): VVD, CDA, D66, ChristenUnie. Rutte IV (2022-2023): VVD, D66, CDA, ChristenUnie. Kabinet-Schoof (2024-2025): VVD, PVV, NSC, BBB — de enige uitzondering, en het hield het geen jaar vol. Kabinet-Jetten (2026): D66, VVD, CDA, GroenLinks-PvdA — en daar zijn ze weer. Alle vier.
Tel het op. In 24 jaar is er één kabinet geweest zonder minstens twee van deze vier partijen. Eén. En dat kabinet viel binnen een jaar.
November 2023 — de verkiezing die alles blootlegde
Even stilstaan bij dat ene kabinet. Want wat er in 2023 en 2024 gebeurde, vertelt meer over hoe de macht in Nederland werkt dan twintig jaar Kamerdebat.
Geert Wilders won de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023. Overtuigend. 37 zetels. Veruit de grootste partij. Ongeacht wat je van de man of zijn standpunten vindt — en er is veel van te vinden — is er één feit dat niet ter discussie staat: in een parlementaire democratie levert de grootste partij normaal gesproken de premier. Dat is geen wet. Maar het is een ongeschreven regel die al decennia wordt gevolgd. De lijsttrekker van de grootste partij wordt premier. Zo werkt het. Zo heeft het altijd gewerkt. Bij Balkenende. Bij Rutte. Bij elke premier in de naoorlogse geschiedenis.
Behalve bij Wilders.
Na maanden formeren werd niet Wilders premier, maar Dick Schoof. Een man die nooit op een kieslijst had gestaan. Nooit een zetel had gewonnen. Nooit een stem had gekregen. Een voormalig hoofd van de AIVD en de NCTV — de geheime dienst en de terrorismecoördinator. Een ambtenaar. Geen politicus.
De reden? De coalitiepartners — waaronder de VVD — weigerden met Wilders als premier te regeren. De kiezer had gesproken. De kiezer werd niet gehoord.
Ik schrijf dit niet als Wilders-supporter. Ik schrijf dit niet als PVV-sympathisant. Ik schrijf dit als iemand die gelooft in de spelregels van de democratie. En de spelregel is: wie wint, regeert.
Tenzij je buiten het kartel valt.
Want dat is het woord dat je hier niet kunt vermijden. Kartel. Ik weet dat het beladen is. Ik weet dat Forum voor Democratie het gebruikt. Ik weet dat het klinkt als een complottheorie. Maar hoe noem je het anders als vier partijen al twintig jaar elk kabinet domineren, en op het moment dat een buitenstaander wint, de ongeschreven regels worden herschreven om hem buiten de deur te houden?
Het kabinet-Schoof hield het geen jaar vol. De PVV verliet de coalitie in juni 2025. En wie vormt het nieuwe kabinet? Jetten. D66, VVD, CDA, GroenLinks-PvdA. Alle vier. Terug op het bordes. Alsof er niets is gebeurd. Alsof de kiezer niets heeft gezegd.
De stoelen draaien. De muziek verandert. Maar dezelfde mensen zitten erop.
Het cv van twintig jaar regeren
Wat hebben deze twintig jaar opgeleverd? Niet in beloftes. In resultaten. We pakken de dossiers erbij.
Dossier 1: De toeslagenaffaire — het dieptepunt van de rechtsstaat
Vanaf 2009 begon de Belastingdienst met het systematisch bestempelen van ouders als fraudeurs. Via de Fraude Signalering Voorziening — een zwarte lijst met 270.000 namen. De selectiecriteria: nationaliteit, achternaam, postcode. De opzet/grove schuld-kwalificatie werd zeven keer vaker toegekend aan mensen met een migratieachtergrond. Zonder bewijs. Zonder individuele beoordeling. Zonder mogelijkheid om je te verweren.
43.000 gezinnen erkend als gedupeerd. 2.090 kinderen uithuisgeplaatst. Drie keer beboet door de Autoriteit Persoonsgegevens voor een totaal van 6,45 miljoen euro. Het Gerechtshof Den Haag stelde discriminatie vast. “Institutioneel racisme,” erkende een staatssecretaris.
En de hersteloperatie? Vijf jaar later: de CWS — de enige eerlijke route — is gesloten. De gemiddelde wachttijd was 748 dagen. Meer dan 100 miljoen euro aan dwangsommen verbeurd. De compensatiebedragen zijn gehalveerd nadat ambtenaren vonden dat het “te veel” was. De methode die wél werkte — de methode-Laurentien — is kapotgemaakt. Prinses Laurentien is weggewerkt via anonieme beschuldigingen.
Ik schrijf dit als erkend gedupeerde. Zeventien jaar. Alles kwijt. Bedrijven failliet. Persoonlijk failliet verklaard. Vorige maand achttien blauwe invorderingsbrieven tegelijk. Van dezelfde organisatie. Terwijl het compensatietraject nog loopt. De kosten van de hersteloperatie: opgelopen van 500 miljoen naar meer dan 9 miljard. Opgelost? Nee.
Welke partijen regeerden toen dit begon? CDA en PvdA (Balkenende IV). Welke partijen regeerden toen het escaleerde? VVD en PvdA (Rutte II). Welke partijen regeerden toen het uitkwam? VVD, CDA, D66 en ChristenUnie (Rutte III). Welke partij levert de premier die veertien jaar lang niets deed en nu NAVO-baas is? VVD.
Dossier 2: Groningen — de ereschuld die een schuldbekentenis werd
Sinds de jaren zestig wint Nederland gas in Groningen. De opbrengsten: honderden miljarden euro’s voor de staatskas. De kosten: scheuren in de muren, verzakkende huizen, psychische schade, een regio die letterlijk afbrokkelt.
De parlementaire enquêtecommissie concludeerde dat de belangen van de Groningers niet genoeg zijn meegenomen bij de aardgaswinning. Het woord “ereschuld” viel. Het Groningenveld is in april 2024 definitief gesloten. Maar de schade is er nog. En de compensatie? Die loopt. En loopt. En loopt.
Het Instituut Mijnbouwschade Groningen scoort al jaren een vijf bij gedupeerden. Een regeling voor gederfd woongenot — door de Hoge Raad in 2019 erkend als materiële schade — wordt verwacht in 2027. Acht jaar na de uitspraak. Ruim 5.000 Groningers moesten zeven jaar procederen om smartengeld van de NAM te krijgen.
Ondertussen heeft de Staat honderden miljarden verdiend aan datzelfde gas. Maar compensatie voor de mensen wier huizen zijn beschadigd, wier gezondheid is aangetast, wier levens zijn ontwricht? Dat is “complex.” Dat vergt “zorgvuldigheid.” Dat kost “tijd.”
Welke partijen regeerden de hele periode van de gaswinning? CDA, VVD, PvdA, D66. Allemaal. Wisselend. Zonder uitzondering.
Dossier 3: Stikstof — het land op slot
In 2019 valt het stikstofbeleid uit elkaar. De Raad van State oordeelt dat het Programma Aanpak Stikstof — bedacht onder Rutte II (VVD/PvdA) — onrechtmatig is. Jarenlang werden vergunningen verleend op basis van beloftes van toekomstige natuurverbetering die er nooit kwamen. De juridische constructie was een luchtballon. En toen die knapte, lag het hele land plat. 18.000 bouwprojecten stilgelegd. Boeren in opstand. Wegen niet gebouwd. Woningen niet gebouwd. In een land met de ergste woningcrisis in decennia.
Nederland stoot relatief meer stikstof uit dan vrijwel elk ander Europees land. Dat is een feit. Maar de manier waarop de politiek ermee omgaat, is typisch Nederlands: geen keuzes maken, alle ballen in de lucht houden, en als het fout gaat naar elkaar wijzen.
Rutte III beloofde 24,3 miljard voor een stikstoffonds. Het kabinet-Schoof schrapte dat en maakte er 5 miljard van. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied — het plan om per provincie de natuur te verbeteren — werd beëindigd. De boeren kregen geen duidelijkheid. De bouwers kregen geen vergunningen. De natuur kreeg geen bescherming.
Het resultaat: zes jaar stikstofcrisis. Geen oplossing. Wel honderden miljoenen aan advieskosten, rapporten, commissies en overlegstructuren. De ambtenaren en consultants zijn de enige winnaars.
Dossier 4: De energierekening — verdienen aan de burger
Nederland heeft een van de grootste gasvelden ter wereld. En een van de hoogste energiebelastingen in Europa. Die twee feiten naast elkaar leggen is confronterend.
De Staat heeft honderden miljarden verdiend aan aardgas uit Groningen. Die opbrengsten zijn besteed aan de algemene begroting — niet aan een fonds, niet aan investeringen in de regio, niet aan de energietransitie. Gewoon: besteed. Op.
Ondertussen betaalt de Nederlandse burger een van de hoogste energierekeningen in Europa. De brandstofaccijns is de hoogste in de EU. En als de energieprijzen in 2022 exploderen door de Oekraïne-oorlog, dan biedt de overheid een tijdelijk prijsplafond — betaald met belastinggeld.
De ironie: het land dat op een zee van gas zit, heeft de duurste energie van het continent. Omdat de overheid liever verdient aan haar burgers dan investeert in haar burgers.
De draaideur — waar politici naartoe gaan als ze klaar zijn met jou
En hier wordt het interessant. Want wat doen al die politici als hun termijn erop zit? Ze gaan niet met pensioen. Ze gaan niet de lokale voetbalclub trainen. Ze gaan naar boven. Naar Brussel. Naar Genève. Naar de grote podia.
Mark Rutte. Veertien jaar premier. Het kabinet viel over de toeslagenaffaire — zijn toeslagenaffaire. Nu: secretaris-generaal van de NAVO. De machtigste functie die een Nederlandse politicus ooit heeft bekleed.
Frans Timmermans. Minister onder Rutte II (PvdA). Vertrok naar Brussel als vicevoorzitter van de Europese Commissie. Kwam terug als lijsttrekker van GroenLinks-PvdA. Verloor. En Wopke Hoekstra mocht zijn plek in Brussel innemen.
Wopke Hoekstra. CDA-minister onder Rutte IV. Vertrok halverwege het kabinet naar Brussel als eurocommissaris. De derde Nederlander in korte tijd op een EU-topfunctie.
Jeroen Dijsselbloem. PvdA-minister van Financiën onder Rutte II — het kabinet waarin de toeslagenaffaire escaleerde. Werd voorzitter van de Eurogroep.
Sigrid Kaag. D66-leider. Minister onder Rutte III en IV.
Jan Peter Balkenende. Vier kabinetten lang premier (CDA). Nu: partner bij Ernst & Young. De advieswereld. De consultancy. De draaideur.
Jaap de Hoop Scheffer. CDA. Minister van Buitenlandse Zaken. Daarna: secretaris-generaal van de NAVO. Voor Rutte.
Diederik Samsom. PvdA-fractievoorzitter. Werd klimaatadviseur bij de Europese Commissie. Onder Timmermans.
Zie je het patroon? De carrière gaat altijd omhoog. Nooit terug naar de kiezer. Nooit verantwoording afleggen over wat er is misgegaan. Nooit de consequenties dragen. Het kabinet valt — en de premier wordt NAVO-baas. De minister van Financiën onder wiens bewind de toeslagenaffaire ontplofte — wordt voorzitter van de Eurogroep. De partijleider die vier kabinetten lang premier was — wordt partner bij een consultancybureau.
En de burger? De burger mag om de vier jaar een vakje kleuren. En krijgt daarna dezelfde partijen, dezelfde beloftes, en dezelfde resultaten.
De ambtenarenstaat — het echte probleem
Maar dit gaat niet alleen over politici. Dit gaat over het systeem onder de politici. De laag die nooit verandert. En die laag zit niet alleen in Den Haag. Die zit ook in jouw gemeentehuis.
Laten we bij de cijfers beginnen. Het openbaar bestuur — Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen — is tussen 2015 en 2024 gegroeid met meer dan 110.000 voltijdbanen. Dat is een stijging van 38 procent in tien jaar. Het Rijk groeide het hardst: bijna 44 procent. De rijksdienst telde in 2024 circa 157.000 fte, ondanks herhaalde kabinetsbeloftes om te krimpen. Het kabinet-Schoof beloofde 22 procent te bezuinigen op het ambtenarenapparaat. Het resultaat in de eerste zes maanden: er kwamen er 4.000 bij.
En lokaal? Op 31 december 2020 werkten er 171.050 mensen bij Nederlandse gemeenten. Eind 2024: 200.750. Dertigduizend erbij in vier jaar. Een stijging van ruim 17 procent. Terwijl het aantal gemeenten gelijk bleef. Meer ambtenaren, niet meer gemeenten. Meer kosten, niet meer dienstverlening.
Elk nieuw beleidsprogramma, elke nieuwe commissie, elke nieuwe wet creëert banen. Niet voor burgers — voor ambtenaren. De Omgevingswet, de energietransitie, de bouwopgave, de Jeugdzorg, de Wmo — elke taak die Den Haag over de schutting gooit, levert je gemeente een nieuw team ambtenaren op. En de burger betaalt. Via gemeentelijke belastingen die elk jaar stijgen. Via OZB die omhoog gaat. Via een overheid die steeds meer regelt, steeds meer kost, en steeds minder levert.
Want hier is het punt dat niemand hardop zegt: op je gemeentehuis werkt precies hetzelfde systeem als in Den Haag. Wethouders komen en gaan — elke vier jaar schuift er een nieuwe ploeg aan. Raadsleden komen en gaan — de meesten zitten er één of twee periodes. Maar de ambtenaar? De beleidsmedewerker die de stukken schrijft, de jurist die de verordeningen opstelt, de afdelingshoofd dat de wethouder “adviseert” — die zit er al tien jaar. Twintig jaar soms. Die heeft drie wethouders overleefd. Vier gemeenteraden. Die weet hoe het werkt. Die bepaalt wat er op de agenda komt. Die schrijft de opties waar de wethouder uit mag kiezen.
De wethouder beslist. Maar de ambtenaar bepaalt waarover.
En dan het stemgedrag. Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen — in samenwerking met de Wethoudersvereniging en Binnenlands Bestuur — laat zien dat 55 procent van de gemeenteambtenaren zichzelf positioneert als “een beetje tot heel links.” GroenLinks is de populairste partij onder gemeenteambtenaren, gevolgd door D66. 65 procent noemt zichzelf “kosmopoliet.”
Vergelijk dat met de samenleving als geheel. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 stemde bijna een kwart van Nederland op de PVV. Een kwart. Maar onder gemeenteambtenaren scoort diezelfde PVV rond de 7 procent.
Dat hoeft geen probleem te zijn. Ambtenaren zijn professioneel. Ze voeren beleid uit, ongeacht hun persoonlijke overtuiging. In theorie. Maar als het ambtelijk apparaat structureel progressiever is dan de bevolking die het bedient, dan ontstaat er een spanning. Dan krijg je een overheid die de “verkeerde” verkiezingsuitslag corrigeert via beleid. Niet bewust. Niet als complot. Maar als cultuur. Als reflex. Als de vanzelfsprekende aanname dat meer overheid, meer regulering en meer beleid de oplossing zijn.
En precies die reflex zien we. In elke gemeente. Meer regels. Meer ambtenaren. Hogere kosten. Meer bureaucratie. Minder ruimte voor de burger. Minder ruimte voor de ondernemer. Meer formulieren. Meer portalen. Meer wachtlijsten.
De hersteloperatie toeslagen kost meer dan 9 miljard. Hoeveel daarvan is daadwerkelijk bij gedupeerden terechtgekomen? En hoeveel is opgegaan aan het apparaat zelf — aan UHT-medewerkers, aan Berenschot-rapporten, aan portalen die niemand gebruikt?
MijnHerstel — het nieuwe digitale portaal voor toeslagengedupeerden — trok in heel 2025 precies 415 aanmeldingen. Op 43.000 gedupeerden. Minder dan 1 procent. Het is gebouwd, het is gelanceerd, het draait. Er werken mensen. Het kost geld. Maar niemand komt.
De ambtenaar is de constante factor. De staatssecretaris komt en gaat. De minister komt en gaat. De premier komt en gaat — naar de NAVO. Maar de ambtenaar die het beleid vormgeeft, de jurist die de kleine lettertjes schrijft, de controller die het budget bewaakt — die zit er nog. Na Balkenende. Na Rutte. Na Schoof. Na Jetten. Altijd.
Er is in zeventien jaar toeslagenaffaire geen enkele ambtenaar ontslagen. In tien jaar stikstofcrisis geen enkele ambtenaar ontslagen. In Groningen geen enkele ambtenaar ontslagen. De politici dragen de politieke consequenties — soms. Maar de ambtenaren die het beleid hebben gemaakt, de regels hebben geschreven, de algoritmes hebben ontwikkeld, de FSV-lijsten hebben gevuld — zij zitten er allemaal nog.
En als een van hen op televisie wil klagen dat slachtoffers te veel geld krijgen? Dan zet hij een pruik op. Want bang voor de eigen collega’s? Dat wel. Bang voor de burgers wier leven hij heeft vernietigd? Dat niet.
Als dezelfde partijen al twintig jaar regeren en het resultaat is de toeslagenaffaire, Groningen, de stikstofcrisis en de duurste energierekening van Europa — waarom zouden ze het de komende twintig jaar dan wél goed doen?
De keerzijde — want die is er
Je kunt dit stuk lezen en denken: het is makkelijk schieten op gevestigde partijen. En dat klopt.
Het klopt ook dat er in die twintig jaar dingen zijn bereikt. De economie is gegroeid. De werkloosheid is laag. Nederland scoort hoog op internationale welvaarts-indexen. De gezondheidszorg is — ondanks alle klachten — een van de beste ter wereld. Er zijn wegen aangelegd, scholen gebouwd, dijken versterkt.
Het klopt ook dat regeren moeilijk is. Dat coalities compromissen vereisen. Dat de EU beperkingen oplegt. Dat er een pandemie was, een oorlog in Oekraïne, een energiecrisis, een wooncrisis, een stikstofcrisis — niet allemaal zelfgemaakt, niet allemaal te voorzien.
Dat is allemaal waar. En het maakt het niet minder waar dat dezelfde partijen, in dezelfde combinaties, dezelfde dossiers hebben laten ontsporen. Niet door pech. Door keuzes. Door het structureel verkiezen van budgetbelang boven burgerbelang. Door het bouwen van systemen die zo complex zijn dat de burger er niet meer doorheen komt. Door het creëren van een ambtenarenstaat die zichzelf in stand houdt ongeacht het resultaat.
De toeslagenaffaire is niet ontstaan onder één kabinet. Het is ontstaan onder een reeks kabinetten die allemaal werden gedomineerd door dezelfde partijen. En de hersteloperatie faalt niet onder één kabinet — het faalt onder een reeks kabinetten die allemaal worden gedomineerd door dezelfde partijen.
Dat is geen pech meer. Dat is een patroon.
Woensdag
Woensdag zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Lokale politiek. De stoeptegel. De lantaarnpaal.
Maar achter die stoeptegel staat een gemeente die draait op geld van het Rijk. Achter die lantaarnpaal staat een overheid die steeds groter wordt, steeds meer regelt, steeds meer kost, en steeds minder levert. En op je stembiljet staan — naast de lokale lijsten — dezelfde partijnamen die je al twintig jaar ziet. CDA. VVD. D66. PvdA.
Ik zeg niet op wie je moet stemmen. Dat is niet aan mij. Dat is niet aan Vrije Opinie. Wij zijn geen partij. Wij hebben geen kandidaten.
Maar ik vraag je wel om na te denken. Niet over de beloftes. Over de resultaten. Niet over wat ze zeggen. Over wat ze hebben gedaan. En of je gelooft dat dezelfde partijen, met dezelfde mensen, in dezelfde systemen, in dezelfde combinaties, opeens tot andere uitkomsten zullen leiden.
Want als twintig jaar hetzelfde stemmen twintig jaar dezelfde resultaten oplevert — dan is het misschien geen kwestie van de verkeerde premier. Dan is het misschien een kwestie van de verkeerde partijen.
Of misschien — en dit is de gedachte die het langst blijft hangen — misschien maakt het niet uit wie er wint. Misschien wint de ambtenaar altijd. De stoelen draaien. De muziek verandert. Het pluche blijft.
Dit is een opiniestuk. Het bevat de persoonlijke visie van de auteur, geschreven vanuit een libertarisch perspectief: de overtuiging dat de overheid te groot, te machtig en te bemoeizuchtig is geworden, en dat individuele vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid het fundament vormen van een gezonde samenleving. Feiten en cijfers zijn gebaseerd op openbare bronnen. Bent u het oneens? Goed. Schrijf uw reactie. Daar is dit platform voor.
Reageer met Respect — Alleen beschaafde reacties worden geplaatst. Bedreigingen, scheldpartijen en haatzaaiende opmerkingen worden verwijderd.
Bronnen: Parlement.com (kabinetsoverzichten) · Rijksoverheid.nl · CBS · RIVM (stikstofrapportages 2024) · Binnenlands Bestuur (burgemeestersbenoemingen 2025) · Personeelsmonitor Gemeenten 2024 (A&O fonds Gemeenten / VNG) · Kennisvandeoverheid.nl (omvang personeelsbestand overheid 2015-2024) · Rijksuniversiteit Groningen / Wethoudersvereniging / Binnenlands Bestuur (stemgedrag gemeenteambtenaren, 2018) · I&O Research / Binnenlands Bestuur (stemgedrag ambtenaren, 2017) · Algemene Rekenkamer (verantwoordingsonderzoek 2024) · NOS (pauzeknop, 9 feb 2026; stikstof; Groningen) · Rapport “Ongekend Onrecht” (december 2020) · Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen · Voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen (februari 2026) · Follow the Money (CWS, SGH) · AP-boetebesluiten (2021, 2022) · Rb. Overijssel ECLI:NL:RBOVE:2023:1459 · Rb. Rotterdam ECLI:NL:RBROT:2023:3475 · Rb. Rotterdam ECLI:NL:RBROT:2024:6560 · CBS uithuisplaatsingen toeslagenaffaire · Wikipedia (kabinetten, stikstofcrisis, SGH, kabinet-Schoof)

Alleen beschaafde reacties worden geplaatst. Bedreigingen, scheldpartijen en haatzaaiende opmerkingen worden verwijderd.